Waals-Brabant begint steeds meer op een buitenwijk van de hoofdstad te lijken, maar als je goed kijkt dan kun je nog idyllische wegen vinden die kronkelen tussen wei en bos. Wij stippelden nog snel een route uit, voor het te laat is.

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans Foto’s Jonathan Godin

Starten doen we op de Grote Markt van Nijvel, aan de voet van de beroemde Sint-Gertrudiskerk, van waaruit we richting Ronquières gaan. De weg kronkelt al meteen aangenaam, maar kijk uit voor het wegdek: dat is hier en daar… eh… wat minder aangenaam. We passeren het onvermijdelijke Hellend Vlak en het Kanaal Charleroi-Brussel, om dat laatste te volgen richting Fauquez. Liefhebbers van kitsch kunnen hun hartje ophalen aan de glazen kapel voor ze hun weg verderzetten. Wel even uitkijken op de route naar Hoog-Itter: de wild kronkelende weg bevat een fiks aantal blinde bochten. In het centrum van Lillois draaien we rechtsaf naar Promelles, waarna we aankomen in Loupoigne – een dorpje waar het landelijke karakter goed bewaard is gebleven – en meteen weer doorrijden naar Houtain-le-Val.


Na enkele kaarsrechte kilometers die naar het ULM-vliegveld van Baisy-Thy leiden, brengt een stukje N5 ons in Villers-la-Ville. Nee, we gaan het voor een keertje eens niet hebben over de abdij, de ruïnes of de Triple Villers. Met deze toerroute bekijken we Waals-Brabant anders, weet je nog, en dat betekent dat we de bekende trekpleisters negeren en de minder bekende plekjes eens in de kijker zetten.


Zoals de schattige kapel van Try-au-Chêne, bijvoorbeeld, langs de weg die naar Bousval en Genappe voert. Van hieruit gaat het noordwaarts, en hoe. De weg kronkelt doorheen een prachtig landschap, met een beetje fantasie waan je je hier op het Engelse platteland. Geniet ervan zolang het duurt, want vanaf Lasne is het heel plots uit met de pret. Gelukkig kun je even verderop uitblazen op een idyllisch plekje: het driehoekige dorpspleintje in Céroux-Mousty is omzoomd met bomen én bovendien kun je hier op een mooie zomerdag in de late namiddag heel wat luchtballonnen zien vertrekken. Weer helemaal bijgetankt zetten we onze weg verder. Na een kort stukje N25 dat we in sneltempo afhaspelen, en nadat we het gevaarlijke rondpunt van Corroy-le-Grand weer maar eens overleefd hebben, kiezen we voor de toeristische ‘Route des Six Vallées’ die zo fijn door dit hoekje Waals-Brabant kronkelt. Wij volgen de vallei van de Train, die tussen Corry en Gistoux langs talloze waterkersbedden (jawel) voert.


Gistoux is gaandeweg heel wat van z’n landelijke karakter kwijtgeraakt, getuige daarvan de vele boetieks, restaurantjes en cafeetjes. Maar dat laatste vinden we eigenlijk helemaal niet zo erg… Al hoef je hier nog niet te stoppen, dat kan ook wat verderop in Grez-Doiceau. Daar is namelijk een fijne Markt te vinden waar het aangenaam toeven is. Van hieruit is het niet zo ver meer naar de luchtmachtbasis van Beauvechain, van waaruit het richting Happeau gaat over een klein en charmant baantje dat helaas in slechte staat is – maar het landschap maakt gelukkig veel goed… Een boogscheut verderop arriveren we in Geldenaken, dat er in tegenstelling tot bijvoorbeeld Waver of Waterloo wel in geslaagd is om de sfeer van een kleine provinciestad te bewaren.


We keren zuidwaarts langs Huppaye en Hédenge, waar de mooie kapel van Saint-Feuillen het dorpsgezicht domineert. Even later passeren we de fysieke grens tussen Vlaams- en Waals-Brabant, de oude Romeinse weg tussen Bavay en Maastricht. Het eindpunt van onze route, Perwez, is nu vlakbij. Net als de E411, trouwens, dus van hieruit ben je ook snel weer thuis.