In een stoffige gids van de Belgische Motorijdersbond uit 1952, gevonden op een rommelmarkt, worden we aangemaand ‘om enkele schoone excursies te doen in het land.’ Eén daarvan rijden we dik 60 jaar later opnieuw, doorheen de Hoge Venen en een deel van de Luikse Ardennen. Benieuwd of het er nog steeds even ‘schoon’ is…

Geschreven door Pieter Ryckaert Foto’s Jonathan Godin

De route uit 1952 heeft als startpunt de brug van Fragnée. Dezer dagen is het echter aangeraden op een minder druk punt te vertrekken, dus doen we dat vanuit het Waalse Museum voor Transport, in de wijk Vennes in Luik. In die wijk, op de rechteroever van de Maas, lijkt in alle stilte de tijd wel stilgestaan te hebben. Je verwacht er elk moment een Saroléa, F.N. of Gillet, om de grote drie motormerken uit Luik te noemen. We laten de stilte al snel achter ons en vertrekken in de richting van Chenée. Eens we de Pont des Grosses Battes hebben overgestoken duiken we de vallei van de Vesder in, richting Chaudfontaine. Wanneer we het Casino en de warmwaterbronnen achter ons hebben gelaten, zetten we koers richting Ninane en Beaufays. Bij het golfterrein van Gomzé gaat het richting Louveigné en Theux. Daar rijden we over de ‘Mont Theux,’ een vast onderdeel in de testparcours van alle Belgische motormerken, wat niet zelden in een officieuze heuvelklim uitdraaide.


Vanaf Theux gaat het richting Spa waar we kunnen genieten van het schitterende vergezicht vanaf Balmoral én de mooie weg die Spa en Jalhay verbindt via Surister. We zitten intussen aan de rand van de Hoge Venen. Dit unieke landschap met aparte biotoop strekt zich uit tot diep in Duitsland en werd in 1971 een nationaal park van 4.300 hectare beschermd natuurgebied. Via Baraque Michel en Signal de Botrange, het hoogste punt van België, stoppen we bij het Natuurcentrum van Botrange, waar we iets bijleren over de natuurpracht. De wegen zijn hier eerder recht, maar de omgeving, de vergezichten en onbezoedelde lucht maken alles goed.


Via het meer van Robertville en het stuwmeer van de Warche, daterend uit 1928, gaat het naar Waismes, maar we rijden meteen door richting Malmédy, waar de wegen opnieuw gaan kronkelen langs de oevers van de Amblève, voor we onze intussen knorrende maag vullen. Maar eerst bezoeken we nog even het Baugnez 44 Historical Center, waar in 1944 de trieste massamoord door de Duitse SS werd uitgevoerd.
Eens gegeten in Malmédy gaat het richting het beroemde Francorchamps. Via het tracé van het oude, originele stratencircuit, zij het in omgekeerde richting, ronden we onder meer de bocht van Burnenville, een van de meest beruchte bochten ter wereld. Via het kleine Francorchamps volgen we de borden richting Sart, waar we nog even een voorraad plaatselijk worst inslaan.


Via de N640 rijden we door het bos van Gattes richting Polleur, Mangombreux en Stembert en Verviers. Vanaf het station van Verviers gaat het richting Pepinster via de vallei van de Vesder, waar we tussen het onkruid nog overblijfselen zien van het rijke textielverleden. In Fraipont bezoeken we een ander Belgisch industrieel verleden met het museum van Imperia, op 2 kilometer van de voormalige fabriek van het roemruchte Belgische automerk. Een fabriek met een testbaan op het dak, die nu deels bewaard is gebleven. De laatste kilometers van deze route gaan over mooie wegen, die echter te druk zijn om er ten volle van te genieten.
Was het maar opnieuw 1952…