Vandaag heeft Jorge Lorenzo ietwat verrassend, doch niet helemaal onverwacht z’n afscheid van de MotoGP aangekondigd. Na z’n val in Assen eerder dit seizoen, waar Lorenzo z’n rug brak, bleek Lorenzo maar een schim meer van zichzelf. In z’n persconferentie gaf hij toe, dat bij het opstaan van die val, hij zichzelf de vraag stelde of het dit allemaal wel waard is.

Jorge Lorenzo verscheen ten tonele in 2002, op een Derbi in de GP125. Uit 46 starts wist hij 4 overwinningen en 9 podia te scoren. Het was pas bij z’n overstap naar de GP250 in 2005 dat Lorenzo zich als een uitzonderlijk talent  ontpopte, zeker nadat hij in 2006 overstapte naar Aprilia en twee wereldtitels op rij scoorde, met 17 overwinningen, 29 podia en 23 pole positions.

Het garandeerde z’n overstap naar de MotoGP, waar hij werd ingelijfd door het Yamaha-fabrieksteam, naast Valentino Rossi. De relatie tussen beide piloten is nooit van harte gebleken, met als dieptepunt het bouwen van een zogeheten ‘muur’ in de pitgarage, zodat ze elkaar niet meer hoefden aan te kijken. De dreiging van Lorenzo was echter meer dan reëel, want hij scoorde reeds in z’n derde MotoGP-race een overwinning op het circuit van Estoril. Hij zou nog twee jaar moeten wachten op het behalen van z’n eerste wereldtitel, gehinderd door een paar monumentale crashes en blessures, gevolgd door nog twee kronen in 2012 en 2015.

In 2017 stapte Lorenzo over naar Ducati, waar hij na een eerste jaar vol problemen, een tweede jaar kende hij meer succes, met drie overwinningen, om aan het eind 2018 alsnog over te stappen naar Repsol Honda. Ook daar raakte hij moeilijk gewend aan de Honda, met dus als dieptepunt gebroken nekwervels opgelopen bij een crash in Assen.

Het pad dat Lorenzo naar de top leidde was er ook één vol putten en gaten. Z’n vader spotte al snel het talent van z’n zoon, waar hij die opleidde op hun thuisbasis in Mallorca volgens een spartaans regime. Op z’n achtste werd hem niet enkel geleerd hoe hij moest rijden, maar ook wat hij nadien moest vertellen tijdens geïmproviseerd persconferenties. De relatie met z’n vader verzuurde dan ook vaak tot ver onder het vriespunt op latere leeftijd. Ook met managers had Lorenzo een moeilijke tijd. Zo was er één manager die ooit een knokploeg op hem afstuurde om hem middels bedreiging onder druk te zetten.

Dit alles maakte dat Lorenzo naar andere rijders, pers en fans toe soms raar uit de hoek kon, wat z’n populariteit er niet beter op maakte.

Door z’n rivaliteit met Rossi, maar ook vetes met bijvoorbeeld Marco Simoncelli, werd Lorenzo al snel een soort antiheld. Lorenzo moet echter herinnerd worden aan z’n ontzettend vloeiende rijstijl als één van de beste rijders van z’n tijd én ook aller tijden, met maar liefst 47 overwinningen in 202 starts tegen namen als Rossi, Pedrosa, Stoner en Márquez. En als een sporter die in de eerste plaats keihard voor zichzelf kon zijn.  Denk maar aan z’n gebroken sleutelbeen tijdens de donderdagtraining in Assen in 2013, waaraan hij op vrijdag werd geopereerd om op zaterdag als vijfde te finishen. Zo zullen wij hem in elk geval herinneren.