De Verenigde Staten van Amerika: als je Vincent Vega uit ‘Pulp Fiction’ mag geloven niet zo verschillend van Europa. Omdat ze daar dezelfde ‘shit’ hebben als hier, maar toch net dat tikje anders. En ik moet Vincent Vega gelijk geven. Bekijk het zo: een uitgestrekt land met weidse vlakten, elk soort gebergte, ravijnen, wouden, twee verschillende kustlijnen en daartussen verspreid verouderde, kleine dorpjes en geweldige wegen. En denk nu even na. Ik zou het evengoed over Frankrijk kunnen hebben, toch? Maar toch is Amerika net dat beetje anders. Uiteraard is alles er groter: omschrijf je de Gorges du Verdon in Amerika als een ravijn, dan schieten ze, met de Grand Canyon in het achterhoofd, terecht proestend in de lach. Toch verschilt het ginds niet zo veel van pakweg Frankrijk. Ik heb het genoegen gekend om ‘s ochtends vroeg met de motor dwars door een nog ontwakend New York te rijden. En dat is kicken. Central Park, Times Square, Ground Zero, Brooklyn Bridge; allemaal mijlpalen die je kent van tv of uit films. Ik heb ook al ‘s ochtends door een ontwakend Parijs gereden en dat is evengoed kicken, maar omdat de Eifeltoren, Place d’Etoile en het Louvre zo dichtbij liggen, vinden we dat op de een of andere manier minder speciaal. Mezelf incluis. Ik heb de Midwest gezien, in de vorm van Springfield, Illinois. Te saai om dood te slaan, qua motorbeleving. Overal rechtdoor, velden zover het oog reikt en redelijk saaie dorpen en steden.

Net zoals je tussen pakweg Parijs en Le Mans ook maar weinig sensatie moet gaan zoeken. Le Mans is een stad die mij iets doet vanwege de races en bijhorende geschiedenis aldaar, maar los van het racen is het niet meer dan een provinciaal hol. Springfield is zo mogelijk nog erger, maar op de racebaan aldaar is er ook behoorlijk wat racegeschiedenis geschreven. En omdat die geschiedenis hier weinig of niet bekend is, wordt het ineens wél speciaal. Plus, Springfield doet ook aan ‘The Simpsons’ denken, waardoor het weer net iets specialer wordt.

Elke keer dat ik in Le Mans ben geweest, tot m’n eerste GP toe, staat minder in m’n geheugen gegrift dan die ene flattrack-race in Springfield. Ik heb intussen ook twee keer de Amerikaanse westkust mogen ervaren. San Diego, Sant Monica, Malibu en Los Angeles: allemaal afgevinkt. Qua motorbeleving in feite niet zo anders dan Zuid-Frankrijk, moet ik toegeven. Maar omdat Pamela Anderson er nog over het strand heeft lopen huppelen – of hotsen zo je wil – is het strand er net een tikje anders. Plus, het rijdt er vol klassieke auto’s die toch wel meer dan een beetje verschillen van afgeragde Clio’s en Peugeot 206’en. In de haven van Antibes liggen indrukwekkende boten; maar niet zo indrukwekkend als de USS Midway die in de haven van San Diego ligt. Temeer omdat op het dek van de USS Midway onder meer een F-14 staat te blinken, dezelfde F-14 die ‘Top Gun’ zo speciaal maakte. En dat is niet hetzelfde als een doorsnee Mirage, geloof me.

Een straat verderop ligt de bar waar Tom Cruise in diezelfde ‘Top Gun’ z’n grote liefde terugvindt. Daar kan geen enkele ‘Bar Tabac’ tegenop. Verder ben ik nog nooit in Marseille geweest omdat het volgens verschillende bronnen ‘te mijden’ is, en afgaand op films als ‘La Haine’ snap ik dat. Alleen ben ik net terug van L.A. en zelfs Beverly Hills blijkt maar een vuile boel waar er zowat om de honderd meter een dakloze een winkelkar vol vuilniszakken voor zich uit loopt te duwen. De glamour is er ver te zoeken, geloof me. Omdat Vincent Vega en Jules Winfield in ‘Pulp Fiction’ door L.A. rijden, neem ik dat gebrek aan glamour en netheid er echter met de glimlach bij. Maar laten we wel wezen, gebieden als Utah en Maine heb je je niet in Frankrijk. Vandaar dat ze ook in dit magazine worden belicht. Echt; als je ooit de kans hebt om te gaan motorrijden in de VS, moet je dat doen. Want het is het mooiste motorland ter wereld. Ook al zijn de verschillen minder groot dan we soms willen toegeven…

 Pieter Ryckaert,  pieter@motorrijder.be