Op de markt van Malmedy melden verkeersborden dat parkeren er verboden is, maar de onderborden ‘Uitgezonderd motoren’ maken mij vroeg in de ochtend blij. Ik ben blijkbaar niet de enige motorrijder die zich hier welkom voelt, want om 8.30 uur zitten al meerdere kliekjes motorrijders te ontbijten op terrasjes. Je hoeft geen enkele motorrijder hier te vragen waar hij vandaag naartoe rijdt, iedereen trekt richting de Eifel. En wij dus ook!

Ten noorden van het stuwmeer van Robertville draait en keert de weg al vanaf de eerste kilometers door de bossen dat het een lieve lust is. Met net geen 190 kilometer is de route vrij lang, maar op driekwart van de prima geasfalteerde wegen in de Eifel schiet het flink op. Verkijk je evenwel niet op dat resterende kwart van de kilometers, want dan loopt de route vaak over eenvaksweggetjes die steil omhoog of naar omlaag knikken met af en toen een paar krappe haarspeldbochten na mekaar. Deze route is met elke motor te rijden, een minimum aan ervaring is wel aangewezen (zeker als je met een duo rijdt) om hier veilig en met vertrouwen rond te sjezen.

Elsenborn

In de kleine dorpjes vind je vaak wel een kruidenierswinkeltje om een snelle hap te scoren, wil je de voetjes onder tafel steken dan zal je toch moeten wachten tot in Gerolstein of Prüm. Dat zijn de enige plaatsen op de route die het label ‘gehucht’ of ‘dorp’ overstijgen, zonder dat ze evenwel stedelijke allures aannemen. Wie de uitgestrektheid van het Eifelgebied vanuit de hoogte wil bekijken, kan in Weinsheim een paar honderd meter van de route af gaan om de Weinsheimer Turm te beklimmen. Van daaruit zal je zien hoe mooi de bochten richting Dausfeld erbij liggen, perfect om de randjes van de bandjes rond te rijden.

Slechts de laatste tien kilometer van de route lopen op Belgische bodem en je voelt het meteen aan de kwaliteit van het wegdek. We duiken onder het viaduct van de E42, rijden langs het meer van Breitfelt en maken de laatste hectometers richting Sankt-Vith soldaat. In het centrumpje (let op het verkleinwoordje) heeft een twintigtal Duitse motorrijders alle parkeerplaatsen rond de fontein ingenomen, ik vind nog één vrij plaatsje vlak voor de snackbar van een heel creatieve friturist, anders noem je je frituur niet ‘Sankt Fritt’. Toffe lui met gevoel voor humor, die Oostkantonners.

Sankt-Vith

De route start vlak voor de abdij in het centrum van Malmedy, een stad in de Oostkantons die je vanuit Vlaanderen bereikt door eerst naar Luik te rijden en daar voor de E42 richting Verviers te kiezen. Met net geen 190 kilometer moet er flink gereden worden, maar je komt amper door steden of dorpen zodat je op de doorgaande wegen vlot door kan rijden. De Eifel is populair bij motorrijders, dus op weekenddagen kan het er druk zijn en dan kijkt de Polizei ook wat strenger toe. Na 189 kilometer eindigt de route in het centrum van Sankt-Vith. Om terug te rijden richting het binnenland kies je opnieuw voor de E42 over Verviers en Luik.

Download de route


Mausenfallenmuseum: Het Muizenvallenmuseum van Neroth is een klein, maar fijn dorpsmuseum waarin een oud thuiswerkersatelier is nagebouwd. Een bezoek kost 4 euro voor volwassenen en 2 euro voor kinderen, inclusief gidsbeurt van 75 minuten in het Engels of Duits. Helga en haar gidsen runnen het museum van 1 april tot 1 oktober, vooraf een bezoek reserveren middels een telefoontje naar +49 659 181 121 is verplicht.

Muizenvallenmuseum Neroth

Kathedraal van Malmedy: De route start voor de poorten van de kathedraal in het centrum van Malmedy. Al in de zevende eeuw stond op deze plek één luik van de tweelingabdij Malmedy-Stavelot. Na achthonderd invloedrijke jaren werden de beide abdijen in 1689 volledig verwoest door de troepen van Lodewijk de Veertiende tijdens de negenjarige oorlog. In 1775 werd begonnen met de bouw van een nieuwe abdijkerk die in oktober 1920 werd opgewaardeerd tot kathedraal.

Abdij Malmedy

Kamp Elsenborn: De tank op de rotonde gaat bijna onzichtbaar op in het groen, maar je passeert hier wel degelijk vlak voor het legerkamp van Elsenborn. Elsenborn was nog een Duits dorp toen het Pruisische leger er in 1901 een legerkamp in gebruik nam, een kamp waarvoor de materialen waren aangeleverd over de Vennbahn spoorlijn. Na de Eerste Wereldoorlog namen de Belgen het kamp over, momenteel wordt het 27 km2 grote terrein door het Belgische leger en de NAVO gebruikt voor oefeningen. In het kamp besteedt het Truschbaum Museum aandacht aan de geschiedenis van kamp Elsenborn, maar het museum is slechts op afspraak (en dan nog op heel beperkte tijdstippen) toegankelijk.

Vogelsang IP: De NS-Ordensburg Vogelsang is een van de grootste bouwwerken van het nationaalsocialisme. Een ‘Ordensburg’ is een soort van hogeschool waar ‘Ordensjunkers’ jonge rekruten de doctrines en rassenleer bij brachten. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Vogelsang-site omgevormd tot militair oefengebied voor verschillende NAVO-landen, uiteraard nadat eerst elke verwijzing naar het Hitler-regime was verwijderd. In 2006 volgde een nieuwe herbestemming tot onderdeel van het Nationalpark Eifel. Momenteel staat de site te boek als ‘Vogelsang IP’ waarbij de afkorting staat voor Internationale Plaats. Met tentoonstellingen, workshops en optredens wil Vogelsang IP een plek zijn waar tolerantie, verscheidenheid en vrede gepromoot worden.

Vogelsang IP

Kasselburg: De Kasselburg op grondgebied Pelm werd in de twaalfde eeuw gebouwd op een basaltrots. Wie de eerste eigenaar was is nog steeds niet duidelijk, in de loop van de geschiedenis viel de burcht echter van de ene handen in de andere. Momenteel is de burcht en het twintig hectare groot domein een familiepark. In het Adelaars- en Wolvenpark Kasselburg vind je een grote ‘collectie’ roofvogels en de grootste roedel wolven van West-Europa. Je kan in het park overnachten in tot woonwagens omgebouwde huifkarren.

Kasselburg

Vennbahn Radweg: Met zijn 125 kilometer is de Vennbahn Radweg tussen Aken (Duitsland) en Troisvierges (Frankrijk) een van de langste tot fietspad omgevormd spoorlijnen van Europa. Het grote voordeel van een dergelijk fietspad is dat het altijd nagenoeg vlak is, treinen zijn immers ook niet zo sterk in het overwinnen van hoogtemeters. Het traject is volledig geasfalteerd en fietsers kunnen hun tocht van Aken naar Troisvierges (of omgekeerd) in meerdere etappes hakken zodat het ook voor gezinnen met jonge kinderen een haalbare kaart wordt.

Vennbahn

Tekst en route Bart De Schampheleire • Fotografie Peter Naessens