Yamaha’s TroetelTracer, de 700, is dit jaar beetgepakt. Maar zoveel is er toch niet veranderd? Even appen met Overzee voor een eerste indruk.

Waar zit je?

In het westelijke deel van Tenerife, hot spot voor Duitse, Engelse en Nederlandse overwinteraars in hinderlijk in de weg rijdende huurkarren. De Canarische Weilanden staan bekend om hun formidabele asfalt, stuurwegen en klimaat, waarbij radeloos sturende rental cars de rol van overstekend wild op zich nemen. Eigenlijk zou je hier een motor moeten hebben staan en vier maal per jaar met een cheap ticket op en neer moeten vliegen…

Waarom?

Hoewel de vorige Tracer 700 feestelijk werd onthaald – niet vreemd met dat heerlijk potente en goed klinkende crossplane twin – mocht de fiets wel wat meer body, meer brutalere uitstraling krijgen, vooral om wat jonger publiek aan te spreken. Uiteindelijk wil je als jonge(re) gast niet op de motor rijden waar je vader al op tuft. Echt een stukken knappere, dynamischere machine geworden.

Wat is er nieuw?

Het bodywork dus met de inmiddels tamelijk gangbare projectorkoplampen. Dat plaatwerk is wat minimaler van omvang, zonder minder bescherming te bieden. En natuurlijk Euro 5: de 1,5 kilo extra die milieumaatregelen kostten, zijn gecompenseerd door een lichtere koplamppartij, andersoortig plastic en een lichtgewicht accu. Yamaha wilde namelijk koste wat het kost vasthouden aan de 178 kilo droog, 196 kilo nat. Verder een hoop detailwijzigingen en finetuning: twee tanden groter achtertandwiel (pittigere acceleratie), aangepast vorkbinnenwerk, simpel verstelbare ruit, dat soort dingen.

Welke zaken vielen op?

Dit is een machine voor de betere feesten en partijen, zeker over de uitgezette, oogverblindende route met krankzinnige bochten, zowel kwalitatief en kwantitatief. Ik kreeg er zelfs een beetje Oostenrijks ‘Ready to Race’-gevoel bij, zonder dat je je hoeft te bekommeren over digitaal zoekwerk. Tractiecontrole, rijmodi en dergelijke mist de Tracer 700, wat op Tenerife minder een beletsel is als in het altijd overstroomde Nederland. Raak je de voetsteunen, zitten de Michelins echt aan de rand. De power van het blok beleef je op gevoel, niet op de toerenteller, en gooien en smijten gaat als vanzelf. Ga je echt aan de pook, en dat gingen we, kent de vering zijn grenzen op verfrommeld wegdek. Moest ik kiezen tussen de 900 cc driecilinder en deze 700, ging ik voor de twin om zijn feestelijkere karakter. Nog een jaartje of tien en misschien ben ik dan die overwinteraar op Tenerife. Niet in een huurbak, maar met een Tracer 700. De blauwe, maar dan wel met zilver gespoten wielen. Zou zomaar kunnen.