De Universiteit van Delft heeft laatst een studie gepubliceerd waarin motorrijden als de duurste vorm van transport wordt genoemd. Daarbij gaat het niet om de kostprijs van het motorrijden zelf, maar de kostprijs voor de gemeenschap; dus wat u en ik kosten aan de maatschappij als we met de motor rijden. Daaruit blijkt dat de motor het slechter doet dan bijvoorbeeld een vrachtwagen of een hogesnelheidstrein. Qué!?
Onbevooroordeeld kan ik mezelf in dezen niet noemen, maar ik denk dat ik niet de enige ben die vindt dat deze studie harder rammelt dan de aanhangwagens van die drie tuiniers die elke ochtend om 6u door m’n straat boenderen – al ga ik niemand met de vinger wijzen. Nog niet.

Laten we eerst even de ‘waarom’-vraag beantwoorden. Waarom die studie? Wel, die blijkt er gekomen na een conferentie over duurzaam transport, waarbij werd bekeken in welke mate verkeer in de toekomst belast zal worden met tolheffingen of pakweg rekeningrijden. Voelt u als belastingbetalende motorrijder daar ook al de bui hangen? Dit gaat om belastingen en dus niks anders, waarbij gezocht wordt naar manieren om meer belastingen te heffen op transport. Want minder belastingen heffen, daar voert uiteraard niemand een studie over.
De parameters die werden gebruikt in deze studie zijn: ongevallen, files, luchtver-
vuiling, klimaat, geluid, omgevingsschade en iets wat ‘well-to-tank’ wordt genoemd, vrij vertaald het verbruik. De motor behaalde deze hoogst discutabele slechte score hoofdzakelijk vanwege slechte scores op geluidsoverlast en ongevallen. Dat laatste blijft een pijnlijke vaststelling. Bij een ongeval, dodelijk of niet, komen kosten kijken en in de studie worden die kosten altijd geheel gekoppeld aan de motorrijder. Andere studies tonen echter aan dat in één derde van de ongevallen met motoren geen tegenpartij verantwoordelijk geacht kan worden. Laten we dan even de ongevallen negeren waarbij pakweg het wegdek een rol speelt en die één derde inderdaad op het conto van de motor schrijven. Dan is er in twee derde van de gevallen wel een tegenpartij medeverantwoordelijk. Laten we daar ook nog mild zijn en rekening houden met fouten van de motorrijder, dan ga ik een wilde gok wagen en stellen dat bij ongeveer de helft van de motorongevallen de motorrijder niet, of slechts deels verantwoordelijk geacht kan worden. Is het dan correct om al die ongevallen zonder enige kanttekening los op één hoop te gooien? U twijfelt net als ik ook nu al aan de validiteit van deze studie? Goed, want het wordt er niet beter op.

De studie in Delft heeft berekend dat de kostprijs qua geluid bij een motor maar liefst 8,47 keer hoger ligt dan bij auto’s. Als gezocht wordt naar de oorsprong van dat cijfer kan je in het rapport als enige verklaring vinden dat het cijfer – en ik citeer – ‘uit hun eigen expertise komt’, waarbij de cijfers die ze gebruikt hebben ‘afhankelijk zijn van de manieren waarop elke natie geluid registreert’. Daarbij zou ik ook weleens willen weten hoe je geluidsoverlast omzet in een financiële kost. Vrij vertaald: we hebben een natte vinger in de lucht gestoken en er maar even iets van gemaakt. Goed. Laat me dan ook even een vinger nat maken en in de lucht steken. Ik woon zelf op een vrij drukke weg. Daar rijden gemiddeld een motor of twee, drie per dag langs en dan nog enkel bij goed weer, wat uiteraard de dagen zijn dat de ramen het vaakst openstaan. De ene doet dat vlotter en luider dan de andere. In mijn beleving niet luider dan de paar ‘tuners’ die hier nog rondrijden – ik woon in de Denderstreek, moet u weten – met hun Honda Civics met conservenblik als uitlaatdemper of die ene buurman met z’n Nissan GTR met erg aanwezige waistgate. Ik ben echter nog nooit, maar echt nog nooit wakker geworden van een motor die langsrijdt. Evenmin door een van die auto’s. De drie tuinmannen die langskomen met hun aanhangwagen met daarin rondhossende kruiwagens, slagen daar telkens wél in, als de lijnbus of vrachtwagens die heel m’n huis doen trillen al niet eerder waren. Tijdens het broedseizoen huist er telkens een familie kauwen in een ongebruikte schouw die uitmondt in m’n slaapkamer. Het kabaal en geklop dat die beesten veroorzaken is het soort geluid waar horrorverhalen op gestoeld zijn én waar ik wakker van word. Ziedaar mijn studie, gebaseerd ‘op mijn eigen expertise’: kauwen, tuinmannen en hun materieel zijn na lijnbussen en vrachtwagens schadelijker qua geluidsoverlast dan motorfietsen; met een dikke, natgemaakte middenvinger richting Delft. En dan zou ik nu graag willen weten waar ik m’n schadevergoeding kan laten omzetten in geld, want alle beetjes helpen. 

Nu, ik ben ook niet blind – of liever: doof – voor argumenten wat geluidsoverlast betreft. Woont u vlak naast het clubhuis van MC The Skullfuckers, die met hun open uitlaten toestromen om er hun maandelijkse blonde maagd op de barbecue te gooien, dan kan ik u bezwaarlijk ongelijk geven als u dat als ‘onprettig’ ervaart. Net zomin als wanneer u een vakantiehuis heeft gekocht in de Ardennen dat toevallig op het trainingsparcours van de plaatselijke Valentino Dujardin ligt. Dan had u maar een huisje in Durbuy moeten kopen, waar de genaamde Mark Coucke z’n best heeft gedaan om alle motoren uit de bebouwde kom te weren in het kader van operatie ‘Petite Merveille’ zoals hij het zelf heeft gedoopt. Maar goed, een reservaat voor azijnpissers lijkt me op zich geen slechte zaak, zolang je niet tot de plaatselijke middenstand behoort en 20% van je jaaromzet scoort met motorrijdende toeristen. 

Maar alles is perceptie. Neem nu de vijf endurorijders die in de Antwerpse haven ‘crossend door een natuurgebied’ werden tegengehouden en hun motoren verbeurd verklaard zagen. Ik ken de omstandigheden niet, maar naar eigen zeggen reden de enduristen niet door een natuurgebied maar op een dienstweg die tussen een spoorweg en het natuurgebied ligt. Oké, dat is een verboden weg, maar het is wel een wég en geen zelf door dat natuurgebied bij elkaar gecroste route. Dat er een argument wordt aangehaald als ‘overlast voor broedende vogels’ is van het soort bullshit waarmee je een heel natuurgebied kan bemesten. Want waar zouden de broedende futen en kluten het meest last van hebben? Van die vijf enduromotoren die er misschien wekelijks een keer langs komen met hun standaarduitlaten, of – ik ken de spoorlijn niet – van pakweg de vijf goederentreinen die er elke dag voorbij denderen? Als ze al ergens last van hebben. En dan laat ik nog in het midden of het een dieseltrein, dan wel een elektrische is. Of wat er in de wagons zit, want dat zou van het materiaal (acrylonnitril als u het echt wil weten) kunnen zijn waarvan ze in Wetteren, vijf jaar na de treinramp aldaar, nog steeds niet weten of ze nu de groenten uit hun tuin mogen eten of niet.

Neen, uiteindelijk blijken er wandelaars geklaagd te hebben. Aha! Want wandelaars kunnen hun mening wel uiten en spreken uiteraard in naam van de verzamelde fauna en flora. Heeft iemand Mijnheer Kluut al even gevraagd wat hij vindt van Mijnheer Nordic Walker die elke dag door z’n achtertuin komt stappen? Ik ben geen dierenpsycholoog, maar ik durf er geld op te verwedden dat kluten daar zenuwachtiger van worden dan van die paar motoren én zelfs treinen die iets verder voorbijrijden. Dat ‘gevaar’ bevindt zich in hun ogen en oren namelijk op een relatief veilige afstand van hun broedplaats, wat in het geval van Mijnheer Nordic Walker veel minder het geval is. Ziedaar opnieuw een studie gebaseerd op eigen expertise. Bekijk het zo: bent u op de motor, al rijdend, ooit al ‘aangevallen’ door een broedende kievit? Ik niet. Maar al wandelend wel. En ik kon dat beest vanuit zijn oogpunt geen ongelijk geven, want ik kwam wellicht vervaarlijk dicht tegen z’n nest. Dichter dan me op de motor ooit gelukt was. 

Nee, laten we stellen dat de studie, mocht het een eindwerk van een Delftse student betreffen, een buis verdient. Want los van de ongevallen en het geluid; als je al gewoon de aanleg van sporen in rekening neemt (al dan niet met treinbils die vanwege de stoffen waarin ze gedrenkt zijn als chemisch afval worden beschouwd) en alles wat daarbij komt kijken, de wegen die door vrachtwagens aan gort worden gereden, de files, de aanleg van immense parkeergarages zodat iedereen zo dicht mogelijk bij de plaatselijke Primark kan parkeren, noem maar op: dan blíjft de motor een van de meest voor de hand liggende vervoersmiddelen tegen de verkeerschaos. Maar als je dat zegt dan kan je de wegenbelasting op motoren uiteraard niet verhogen, dus gaan we dat argument, opnieuw gestoeld op eigen ervaring, nooit horen.


Hoewel. In 2016 heeft de universiteit van Delft – jawel – een studie uitgevoerd die was aangevraagd (en wellicht ook betaald, voor alle duidelijkheid) door de Internationale Automobiel Federatie FIA; waarbij werd aangetoond dat niet enkel automobilisten, maar vooral motorrijders meer belastingen en lasten betalen dan ze ooit kunnen terugkrijgen van de gemeenschap qua nutsvoorzieningen. Maar die studie heb ik om de ene of andere reden niet in de krant zien staan… 

 Pieter Ryckaert,  pieter@motorrijder.be