De mist en koude trekken langzaam op in het stadscentrum van Theux. Ik probeer m’n roadbook op de tank van de XR1200X te improviseren, terwijl een andere deelnemer wat rond de Harley loopt te schuifelen. “Ga je deelnemen met een Harley?” Wanneer ik bevestigend antwoord, zie ik hem breed grijnzen: “Ça c’est du vrai rock & roll, ça!”

Geschreven door Pieter Ryckaert      Foto’s Jonathan Godin

Een klein uur later zie ik 165 km/u op de digitale klok van de Harley verschijnen, terwijl ik over een smal, hobbelig en kronkelend weggetje raas, nauwelijks een baanvak breed. Als dit al rock & roll is, dan ruikt het toch naar zware speedmetal. Iets verderop ligt een flauwe bocht bezaaid met droge koeienmest en aarde. Aan deze snelheid is het een bocht waar je even voor slikt. Links prikkeldraad. Rechts dennenbomen. Ik hou de kraan vol open, terwijl een paar toeschouwers een paar stappen achteruit zetten en ik een immense stofwolk laat opwaaien. Ik weet niet wat er bezit heeft genomen van m’n lichaam, maar ik ben mezelf niet. Als er risico’s genomen moeten worden op de motor, dan gaan daar in mijn geval drie kansberekeningen, vier controles en het incalculeren van een extra foutenmarge aan vooraf. Maar sinds deze morgen, sinds de start van de Boucles de Theux, voel ik een soort vreemde competitiegeest door mijn lijf razen. Uiteraard hoef ik niet aan de overwinning te denken. Dat is ook mijn motivatie niet. Ik heb de getimede stages slechts één keer verkend, in de auto dan nog, terwijl de andere deelnemers hier met de ogen dicht rijden. De Harley is ook niet het meest geschikte wapen.

Tegen de BMW HP2 Megamoto van specialist en topfavoriet Fred Lejeune ben ik kansloos. Om van de armada KTM SMT’s en Triumph Street Triples nog maar te zwijgen. En ik kom nog niet aan de hielen van mannen als Lejeune als het op ballen en talent aankomt. Nee, het is iets anders dat me drijft. Het is nattevingerpsychologie, maar de afgesloten stukken openbare weg vormen de uitlaatklep voor een frustratie die zich in mij heeft opgestapeld. Het is de frustratie van jarenlang in bermen turen, door de ramen van geparkeerde auto’s staren en het afspeuren van vangrails, zelfs bij legale snelheden. Het is de dwangneurose die me steevast met één vinger op de rem laat rijden. Het is dat constante gevoel dat er iemand in je nek zit te hijgen, klaar om je minstens 50 euro lichter te maken. Het is de sociopaat in mij die naar buiten treedt. Kalm en beheerst naar de buitenwereld toe, maar onderhuids een borrelend vat van drang naar snelheid, totale apathie voor geldende verkeersregels en aversie voor iedereen die in de weg rijdt. Circuitrijden is een welgekomen uitlaatklep, de Playstation in iets mindere mate, maar ze ontberen in beide gevallen de anarchie, de improvisatie, het hooliganisme, het gevaar en bovenal de ‘buzz’ van het razendsnel over de openbare weg blazen. De Boucles de Theux voelt aan als een ware verademing in tijden van steeds strakker dichtgeknepen strottenhoofden. Het is Black Sabbath in tijden van Yevgeni. Het voelt aan als een verlossing.

Maar in de eerste plaats is Boucles de Theux een motorrally, die net werkt zoals de WRC rally’s met Loeb en co. Je rijdt een bepaalde route waarbij navigatie en een nodige portie hersenen van belang zijn. Tijdens die route gelden wel de verkeersregels en alle controles die daarbij komen kijken. Bij de Experts houd je daarbij een gemiddelde van 50 km/u aan. Dat gemiddelde bepaalt de tijd waarin je bij elke volgende controlepost dient aan te komen. Elke minuut die je te laat komt (verkeerd gereden, pech, te lang vechten met het omdraaien van pagina’s op je roadbook…) krijg je straftijd. In Theux bedraagt die ronde (‘boucle’ in het Frans) iets meer dan 60 km. En die leg je doorheen de dag drie keer af. Onderweg word je drie keer staande gehouden voor een getimede proef op een verkeersvrij stuk weg. En het is hier dat je de hooligan van de ketting kan halen. Die proeven zijn slechts een drietal kilometer lang, maar dat is genoeg om de adrenalinerush tot de volgende getimede proef aan te houden. Op die proeven gaat het tussen jou, je motor, de weg en de klok. Niks meer, niks minder. Grind, koeienstront, duiven, putten, stof, zand en al die dingen reken ik gemakshalve bij ‘weg’. En dan is er ook nog een regelmatigheidsproef over een niet-afgezet stuk weg, waar je tussen twee niet nader bepaalde punten een gemiddelde snelheid van 50 km/u dient aan te houden. Iedere kilometer die je te snel of te traag rijdt, levert opnieuw strafpunten op. Het hele concept houdt in dat je er weldegelijk je kopje moet bijhouden. Je moet constant berekenen wanneer je bij de volgende controlepost je knipkaart dient af te stempelen (te vroeg afstempelen is ook strafpunten waard), terwijl één navigatiefout je een hele dag op achtervolgen kan zetten. Een beetje voorbereiding is dus onontbeerlijk. Een beetje voorbereiden heb ik uiteraard niet gedaan. Een gps of een ander stukje elektronica dat je gemiddelde snelheid meet, is onontbeerlijk bij de regelmatigheidproef. Ik moet het met m’n digitale snelheidsmeter stellen. Je roadbook (gewoon bolletje-pijl) op een zichtbare plaats bevestigen is ook onontbeerlijk. Gezien Renaud mijn Harley-tanktas een paar maanden geleden vakkundig van z’n kaartvak heeft ontdaan, moet ik het met een plastic mapje stellen. Dat laat ik uiteraard thuis liggen. Gelukkig blijkt de collegialiteit onder rallyrijders groot en krijg ik een mapje van een concurrent aangeboden. Diens Honda Hornet is voorzien van een erg professioneel uitziende roadbookhouder, inclusief leeslamp en stopwatch. Onderweg moet er ook getankt worden, maar veel tijd krijg je niet. De organisatoren van Theux hebben gelukkig een neutralisatie bij een tankstation voorzien, waar je vijf minuten krijgt om te tanken.

Daarvan gaan er tijdens de eerste Boucle voor ondergetekende vier minuten op aan het koortsachtig, doch vruchteloos zoeken naar m’n portefeuille, die ik samen met m’n regenjas in de auto van onze huisfotograaf heb gegooid. Een controleur leent me 20 euro, zodat ik toch de dag door kan komen. Het enige waar ik wel aan gedacht heb, is een paar boterhammen met choco smeren en die samen met een fles water in de tailpack van de Harley gooien, voor ik om kwart voor vijf koers zet richting Theux, vlak bij Spa. De start wordt pas om dik 9 uur gegeven, maar ik moet m’n motor nog laten keuren. Niks borgen of andere toestanden. Als je remmen naar behoren werken en je banden niet versleten zijn, is het al lang goed. De Harley slaagt met glans, waardoor ik naar de start kan kijken van de eerste deelnemers. Het startnummer 1 rijdt al het startpodium op. Met een lila Honda Camino, voorzien van waterkoeling en obligate Proma, terwijl de rijder gewoon in jeans en doordeweekse schoenen mét witte sokken gas geeft alsof z’n leven ervan afhangt. Theux is in elk geval wakker. Deze deelnemer rijdt in de afdeling Cyclos, de brommers zeg maar. Helaas moet je 18 zijn om deel te nemen, waardoor de plaatselijke jeugd wat tandenknarsend van op een afstand moet toekijken, gezeten op hun Derbi’s en Boosters.

Na de brommers, die met twee om de eer strijden tot de lila Camino op een van de Ardeense heuvels de strijd staakt, starten de Randonneurs, de ‘toeristen’. Zij rijden enkel regelmatigheidsproeven op de Spéciales met een gemiddelde van 50 km/u. Niks racen tegen de klok dus. Ik zie Max en Dennis, de twee winnaars van de MR-wedstrijd, aan de slag gaan (hun relaas lees je iets verderop) op respectievelijk een Triumph Street Triple en BMW F800GS. Het ga je goed jongens! Voor de Experts – waaronder, ahum, mezelf – starten, doen ook de Promo’s nog hun ding. Zij rijden ook enkel regelmatigheidsproeven, maar wel aan wisselende gemiddelde snelheden. De eerste ronde 50 km/u, dan 60 km/u en uiteindelijk 70 km/u. Ik start met het nummer 59, ergens middenin de 100 deelnemers. Wat opvalt, is hoe weinig pur sang sportmotoren en supermoto’s er aan de start komen. Ik zie één CBR600RR, één GSX-R en één WR450, dat is het zowat. Verder wel een paar Suzuki Bandits, een GSX-F 600, een Yamaha TMAX, een Moto-Guzzi Daytona zijspan en een enkele Aprilia Tuono als buitenbeentjes. Die Tuono eist al meteen een hoofdrol op wanneer hij op de eerste tijdsproef van Laboru zwaar ten val komt en de proef meteen geneutraliseerd wordt. Andere deelnemers vertellen me dat de man met de Tuono regelmatig aan dit soort wedstrijden deelneemt en gemiddeld een keer of drie per wedstrijd valt. Het zal hier bij ‘één keer goede keer’ blijven. Ik zet m’n weg verder en krijg meteen een schaduw mee in de vorm van een KTM SuperDuke met startnummer 58. Aangekomen bij Becco, de tweede proef van de dag, vertelt de rijder me dat hij het roadbook niet begrijpt. Ik moet hem dus op sleeptouw nemen. Dat ik al niet als laatste zal eindigen, wordt me meteen duidelijk. Becco is de moeilijkste van de drie Spéciales, met erg smalle, vuile en hobbelige wegen. Wanneer de SuperDuke vertrekt, ga ik op de startplaats staan. Na een kleine minuut steekt het meisje dat de starts regelt de hand uit. Nog tien seconden. Vijf vingers omhoog. Vijf seconden. Vier. Drie. Twee. Eén. Met de nodige slip van de koppeling schiet ik vooruit, de heuvel af. De eerste bocht is blind. Ik rem teveel af en had hier wellicht vol door gekund. Ik maak een mentale nota. Maar drie met stenen bezaaide, blinde bochten later ben ik die al terug vergeten. Ik kom bovenaan een heuvel en zie dat de baan naar links draait om meteen weer naar rechts af te slaan. Ik schat het gebeuren verkeerd in en ga door het grind. Ik paniekeer zelfs niet terwijl ik het gas er zo goed als vol op houd. Nog een paar bochten later wordt de baan breder. De Harley trekt door tot z’n vijfde versnelling. Iets verder doemt een bocht op. Ik rem uiteraard te vroeg, maar gezien de baan opnieuw versmalt en met grind bezaaid ligt, is dat niet erg. De enige vorm van uitloopstrook bestaat uit een baal stro, een zitbank en een kapel. Geen tijd voor een schietgebedje terwijl ik de Harley de sporen geef. De keiharde veren lijken minder last te hebben van de hobbels dan gedacht, terwijl het brede stuur niet één keer gaat schudden. De XR is echt vreselijk stabiel. Ook de remmen doen het uitstekend, zeker als je weet dat er een goeie 250 kilo aan Amerikaans metaal gestopt moet raken voor de krapste haarspelden. Ik mis enkel vermogen van het blok. Dat kan z’n cruiser/chopperinborst niet verdoezelen. Ik trek telkens door tot vlak aan de begrenzer, zo ongeveer streepje nummer zeven op de teller, maar krijgt nooit een echte stoot van vermogen. ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’, zegt Johan Cruyff en dat is in het geval van de Harley niet anders. Terwijl ik het einde van de proef nader, zie ik een paar rubbersporen die verkeerde inschattingen en te hoge snelheden verraden. Heb ik weinig last van. Pas aan de finish knal ik bijna twee marshals onderuit die m’n stempelkaart moeten controleren. Gemotiveerd? Moi?

Op naar de derde proef bij Maquisard. Een ontzettend mooie proef waarvan ik in de auto al genoot, maar nu nog nauwelijks weet hoe de baan loopt. De weg is hier breder (twee vakken) en er zijn nauwelijks hobbels. Het doet een beetje aan het circuit van Gedinne denken. Na het aftellen geef ik de Harley opnieuw vol de sporen. Op deze snelle, vloeiende baan komt hij echt wel vermogen tekort. Niettemin amuseer ik me te pletter. Bijna letterlijk. Ik gooi mijn knie aan de grond in een linkerbocht, die voorzien blijkt van een immense hobbel. De voetsteun raakt met een klap het asfalt, maakt het hele boeltje instabiel, terwijl ik koers zet richting gracht. De Harley herstelt zich gelukkig meteen, maar ik neem mezelf voor het toch iets rustiger aan te gaan doen. Ik ga een paar keer vol op hellingshoek over de witte markering tussen beide baanvakken en dat voelt niet echt goed aan. Het grootste deel van de proef blijf ik min of meer op één baanvak. Ik weet dat het sneller kan, maar ik voel m’n tanden nu al op mekaar klemmen. Ik raas over de finish en voel een soort extase die ik zelfs op de Nordschleife niet heb gevoeld. Aan de finish wacht de KTM me opnieuw op. We lachen even breed naar elkaar voor we onze weg verder zetten, ik uiteraard op kop. Een paar kilometer verder vergis ik me even van afslag, waardoor ik bijna te laat bij de volgend post aankom. Ik ben er zeker van dat de KTM straftijd oploopt. We staan aan de start van de regelmatigheidsproef. Die is in tegenstelling tot de tijdsproeven niet afgezet of voorzien van linten. En er moet duidelijk wat genavigeerd worden. Ik kan de KTM-rijder nog net meegeven waar we ons bevinden op het roadbook, maar daarna staat hij er alleen voor. Ik start een minuut later en probeer net iets meer dan 50 km/u aan te houden op de teller. Een paar keer krap afslaan op kruispunten maakt het moeilijk om in te schatten hoe snel ik gemiddeld rijd. Wanneer ik bij het eindpunt kom, zie ik geen KTM meer. Sayonara! Eens terug in Theux, bij start/finish, maak ik me ernstig zorgen om m’n portefeuille. Veel tijd om te bellen of zoeken is er niet, want ik start direct voor m’n tweede Boucle. Dat verklaart meteen waarom de vrouw die m’n kaart afstempelt een beetje raar kijkt wanneer ik me terug aanmeld bij de eerste tijdsproef van Laboru, vijf minuten voor op schema. Tja, ik heb tijd nodig om naar de fotograaf te bellen om te kijken waar hij staat en of hij m’n portefeuille heeft. Dan gaat het gemiddelde van 50 km/u op de verbindingswegen wel even uit het raam. Gelukkig krijg ik het verlossende bericht dat mijn portefeuille terecht is, zodat ik welgemutst de proef kan aanvatten. Het eerste deel kabbelt wat links en rechts naar beneden tussen de bomen en doet aan de Manx TT denken. Vol gas raak ik de put benden aan heuvel. ‘Bottom of Barragarow’ (een bekende sectie van het Isle of Man TT circuit, nvdr), schiet er door m’n hoofd, voor ik hard in de ankers moet. Ik kan zowel naar links als rechts en realiseer me dat deze proef uit een ronde bestaat en ik nu eerst links moet. Straks kom ik hier opnieuw voorbij en moet ik naar rechts. Ik vlam tussen een paar boerderijen door voor ik op het dorpsplein opnieuw een erg smalle, hobbelige weg in moet. Ik kom terug bij de start van de proef, waar intussen heel wat toeschouwers zijn toegestroomd. Vol op het gas voel ik het stuur van de Harley voor het eerst schudden onder acceleratie. Opnieuw door ‘Barragarow’, iets sneller nu en dan rechtsaf. Die bocht blijkt minder snel dan gedacht, maar reden tot paniek is er niet. Ik mis de apex, maar haal de bocht verder gemakkelijk. “Ik weet niet wat er bezit heeft genomen van m’n lichaam, maar ik ben mezelf niet. Het is de sociopaat in mij die naar buiten treedt.”

Iets verder volgt een kunstmatige chicane en opnieuw smalle, hobbelige wegen. Ik zie waar de Tuono gecrasht is voor ik opnieuw bij de finish kom. Ik kan me niet inbeelden dat ik al ooit zoveel plezier beleefd heb aan motorrijden. Ik neem me hier en nu al voor dat ik volgend jaar opnieuw deelneem, al dan niet beter voorbereid. Terwijl ik wat zit te mijmeren, kom ik al opnieuw bij de tweede tijdsproef van deze Boucle. Vlak bij de start zit een familie te barbecueën onder de stralende zon. Ze blijken zich niks aan te trekken van de motoren die hier elke minuut vol weg accelereren. Ik herken een paar bochten, waaronder de verraderlijke linkse waar ik door het grind ben gegaan, en rijd acht seconden van m’n tijd af. Op de derde proef doe ik vier seconden beter, ook al ga ik iets trager door de bocht met de gemene hobbel. De regelmatigheidsproef leg ik opnieuw af met de natte vinger voor ik weer bij start/finish kom. Eindelijk tijd om snel iets te eten en te drinken. Ik overloop ook even de proeven in m’n hoofd en waar ik veilig sneller kan gaan. Ik zoek de MR-winnaars om even te polsen naar hun beleving, maar ze rijden te ver voor me uit en zijn reeds vertrokken voor hun derde en laatste Boucle. Een klein uurtje later meld ik me al opnieuw aan bij de controlepost voor de eerste tijdsproef. Die is niet zo moeilijk te onthouden, dus ga ik nog sneller door ‘Barragarow’, maar bij de splitsing verkijk ik me opnieuw op de rechterbocht. Ik rem iets te fel en voel het voorwiel blokkeren. Voorheen zou zo’n moment genoeg geweest zijn om terug naar de finish te rijden en op te geven, maar nu voel ik mezelf even schrikken, herstellen en meteen weer vol doorgaan. Ik ben vanaf nu officieel een adrenalinejunk. Ik passeer opnieuw de plaats van de Tuono-crash en blokkeer ook nog het achterwiel bij de laatste remzone voor de finish. De Dunlops geven verder geen krimp en voldoen uitstekend, maar deze stoffige wegen smeken bijna om trail-banden. Wanneer ik opnieuw vertrek, gemotiveerder dan ooit, spint m’n achterwiel door. Het verraadt hoe weinig grip deze baan wel biedt. Iets waar ik niet eens bij stil heb gestaan… Die gedachte maakt dat ik mezelf toch even tot orde roep. Ik zit in een spiraal van meer, sneller, agressiever en maak me uit die spiraal los. Mede daardoor ga ik op de volgende proef slechts één seconde sneller dan de vorige ronde, terwijl ik de laatste proef in exact dezelfde tijd afleg. Met meer verkenning en minder angst voor de witte strepen tussen de baanvakken doe ik er zeker nog een seconde of vier vanaf. Maar dat zal voor volgend jaar zijn. Ik leg de rest van de Boucle, inclusief regelmatigheidproef, af in een soort roes van gelukzaligheid. Ik voel me even vrij als die buizerd die vlak voor me opstijgt. Het is een gevoel dat ik met geen woorden kan omschrijven. Ik wil meer…