Ik hou wel van de gedachte dat Jorge Lorenzo bevriend had kunnen zijn met George Orwell, de auteur van ‘1984’, ‘Animal Farm’ en andere geweldige boeken.

Een van z’n meest gelezen stukken is ‘Homage to Catalonia’ (Ode aan Catalonië), waarin hij vertelt over z’n gruwelijke ervaringen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Zoals die keer dat hij bijna dodelijk gewond raakte toen hij in z’n keel werd geraakt door een sluipschutter, dicht bij de plaats waar de MotoGP in Aragón reed. Jorge Lorenzo kwam er beter vanaf dan Orwell in 1937, met twee zware teenbreuken na z’n highsider in de eerste bocht. Dat was zonde, niet enkel voor de drievoudig wereldkampioen zelf, maar ook voor de titelstrijd. Had winnaar Márquez twee Ducati’s van z’n lijf moeten slaan, dan had deze race misschien een ander verloop gekend.

Lorenzo toonde in elk geval z’n ongenoegen: “Marc hielp mijn race én mijn voet om zeep. En hij weet het. Daarmee was m’n kans om te winnen en te racen in Thailand verkeken.” Maar zowat iedereen kon zien dat Márquez weinig blaam treft. De Honda-rijder startte vanaf de derde plaats en remde beide Ducati’s uit. Márquez zat op de limiet en ging wijd, maar hij raakte niemand en hij zat duidelijk vóór iedereen, dus hij zet de lijn uit. Lorenzo week misschien wat van z’n lijn af door Márquez voorbij te zien komen en ging daardoor ook wijd, maar hij had altijd ruimte genoeg om de bocht te halen. Hij ging gewoon te vroeg of te hard (of beide) op het gas, z’n achterband gaf het op en gooide hem met motor en al in de lucht. Volgens Lorenzo verhinderde Márquez hem een normale lijn te nemen. Volgens hem was het een blockpass, waarbij z’n landgenoot niet inzat met de anderen. Na Lorenzo’s uitspraken ging ik verhaal halen bij z’n Ducati-team, waar niemand meeging in zijn versie van de feiten – althans, zolang het geen officiële verklaring betrof. Je kan veel zeggen over Lorenzo’s kijk op de zaak, maar dit is hoe racers denken. Ze zien alles alleen vanuit hun standpunt. Omdat elk greintje twijfel een teken van zwakte is dat afgestraft wordt. Zoals Jeremy Burgess ooit zei over z’n rijder Mick Doohan: “Mick heeft altijd gelijk. Ook al heeft hij ongelijk.”

In 1945 schreef Orwell ‘The Sporting Spirit’, een essay over een voetbalmatch van de Britten tegen de Russen. Daarin beschrijft hij dat niet enkel de spelers, maar ook de toeschouwers niks vandoen hadden met fair play. Zijn conclusie is dat sport “niks met fair play te maken heeft. Het is vervuld van haat, jaloezie, opschepperij, gebrek aan respect voor de spelregels en een sadistisch plezier in het aanschouwen van puur geweld. Met andere woorden: het is oorlog zonder het schieten.”

Dat Lorenzo uitgerekend nu die uitspraak deed, is verrassend. Hij leek meer ontspannen de laatste maanden. Maar hij viel in Misano, en nu dus opnieuw. Hij lijkt ook de Ducati onder de knie te hebben en is geslaagd waar z’n aartsrivaal Valentino Rossi heeft gefaald: winnen op een Ducati. Hij heeft ook geleerd om meedogenloos andere rijders in te halen, zo ook Marc Márquez, waar hij zelf tot in de perfectie blockpasses heeft uitgevoerd. Maar het verschil is dat Márquez nog nooit heeft geklaagd over een andere rijder, wellicht omdat hij weet dat wie in een glazen huis woont niet met stenen moet gaan gooien. Iemand zou Lorenzo daar even moeten aan herinneren. Maar z’n logo met nummer 99 was niet zonder reden tot voor kort van duivelshorens voorzien…