De Opaalkust is een geliefde bestemming onder motorrijders, denk maar aan Cap Griz-Nez en Cap Blanc-Nez. Ga je nog iets zuidelijker, dan kom je terecht in een landschap bezaaid met valleien die doorkruist worden door talloze kronkelwegen. Met deze rit trap je het seizoen pas écht op gang!

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans
Foto’s Mathieu Pecheur, Chm Azincourt

De route start aan de Village des Métiers d’Art in Desvres, een ultramodern gebouw dat je niet kunt missen. Ook het vertrek is foolproof: gewoon de pijlen ‘Vallée de la Course’ volgen en de vallei in kronkelen. De Course is een van de mooiste rivieren van de Pas-de-Calais. Ze stroomt door talloze pittoreske dorpjes en stort zich uiteindelijk ter hoogte van Montreuil in de Kwinte. Dorpje na dorpje passeren we kasteeltjes, kerken en eeuwenoude boerderijen. De D127 leidt ons door de bossen de vallei in volle bloei in, een prachtig zicht. In Inxent heeft de gelijknamige herberg een interessante geschiedenis: hier had de hertog van Windsor – die later koning Edward VII werd – stiekeme rendez-voustjes met zijn Amerikaanse minnares Wallis Simpson. Iets verderop zijn zowel het kasteel als de molen van Recq-sur-Course dan weer een korte stop waard.

De D113 leidt ons weer de vallei uit, richting Montreuil-sur-Mer. Gekke benaming, want deze vestingstad bevindt zich op minstens 10 km van de zee. In elk geval kun je hier met gemak een hele dag doorbrengen. Wanneer we de stad weer uitrijden, duiken we het platteland in. Hier worden voornamelijk graan en bieten geteeld, en dat betekent uitgestrekte velden zover het oog reikt. De rit gaat verder richting Estrée, waar we kort de Course weer ontmoeten, en dan bevinden we ons op de oude romeinse weg die Amiens met Boulogne verbindt. Hier krijg je prachtige panorama’s voorgeschoteld. Wat een reliëf, en dat zo dicht bij de kust! Vlakbij, en toch zo anders dan onze eigen vlakke kuststreek… We slaan af richting vallei van Bimoise, en van daaruit gaat het achtereenvolgens naar Montcavrel, Alette en het groene gebladerte van Clenleu. Via de D152 trekken we nog zuidelijker, in Marles komen we in de vallei van de Kwinte terecht om van hieruit weer naar boven te rijden. In plaats van de D349 te nemen, op de Michelinkaart een gele weg en dus geen spek voor onze bek, slingeren we over kleine baantjes naar Hesdin. Het is hier rustig, op enkele landbouwvoertuigen na. Wel even uitkijken wanneer je een blinde bocht induikt, dus!



In Hesdin gaan we op zoek naar een plekje om te lunchen. Liefhebbers van de Franse keuken als we zijn, laten we de talloze pizza- en kebabtenten links liggen en gaan we op zoek naar een klein restaurantje. Dat vinden we uiteindelijk in de buurt van het gemeentehuis. Met onze buikjes goed gevuld gaan we heel even de D928 op, maar niet voor lang want we duiken al meteen weer het groene loof in richting Cavron-Saint-Martin. Heerlijke kronkelwegen hier, die ons naar de vallei van de Planquette leiden. Via Azincourt gaat het naar de charmante vallei van de Créquoise voordat we over de fantastische D108 en D343 weer naar Desvres trekken. Deze droomfinale begint met een warm-up – een tiental kilometer dat al behoorlijk sympathiek te noemen is – voordat ze uitmondt in een glooiend bochtenfestijn dat helemaal tot aan het eindpunt van de route reikt. Yihaa!