Een tijdje geleden brachten we een producttest van jeansbroeken. Eindredacteur Sarah zat bij het nalezen opvallend luider te grollen dan ze doorgaans doet bij de zoveelste dt-fout. Haar ergernis bleek voort te komen uit het feit dat de meeste van die broeken niet in vrouwenmaten bestaan. En Saar heeft een punt als ze zegt dat er genoeg stigmatiserende kledij bestaat met roze bloemen erop gestikt, maar veel minder echt coole motorkledij voor vrouwen. Febiac kwam afgelopen maand met een persbericht dat aangeeft dat slechts een op de tien Belgische motorrijders van de vrouwelijke kunne zijn. Daar heb je al een mogelijke verklaring: te weinig motorrijdende vrouwen. Febiac doet een poging om meer vrouwen op de motor te krijgen, en ik ben helemaal voor. Dat heeft niks met een of andere lederfetisj te maken. Het heeft ook niks met opportunisme te maken dat elke vrouwelijke motard een potentiële lezer is. Het heeft ermee te maken dat motorrijdende vrouwen volgens mij doorgaans het soort karakter hebben dat bij mij een streepje voor heeft. Een vrouw die meteen begint te mekkeren over hoe gevaarlijk motorrijden wel is, daar heb ik geen tijd voor. En voor haar schoothond van een man die niet mag motorrijden al helemaal niet. Ik ga dood telkens ik een man hoor zeggen dat hij ooit motor heeft gereden, of het zou willen doen, maar niet mag van z’n vrouw. Dat is de #metoo voor mannen, als je ‘t mij vraagt. Meestal snoer ik zo’n vrouw meteen de mond door te stellen dat het gevaar net een van de redenen is waarom ik motorrijd.

Dat is niet helemaal waar, maar het legt haar wel meteen het zwijgen op – terwijl je de man wakker ziet schieten uit de winterslaap waar hij al jaren in berust. Een motorrijdende vrouw zal zoiets nooit zeggen. Dat is dus meteen één dwaas gesprek vermeden, en wellicht ook een hele hoop andere. Het valt me op dat motorrijdende vrouwen doorgaans meer met beide voeten in het leven staan, iets meer openstaan voor aparte vormen van humor en zich minder lijken te bekommeren om het soort triviale bullshit waar veel vrouwen hun dagen of gesprekken mee vullen. Of er asperges, dan wel pesto op hun brunch ligt, of er iemand in de overvolle winkelstraat toevallig dezelfde schoenen draagt of wat jij in de frituur kiest zodat zij haar keuze daarop kan afstemmen, ik zeg maar wat. Vrouwen gaan ook niet snel pochen dat hun ‘getunede Yamaha FireBlade (een gele) van nul naar honderd trekt in 0,9 seconden’, wat mijn gesprekken met mannelijke motards soms tot een marteling maakt. Vrouwelijke motorrijders, of toch de meeste die ik ken, hebben een gezond je-m’en-foutisme dat hoort bij het bedrijven van
een hobby waarvoor ze wellicht ouders, familie en vriendinnen over zich heen hebben gekregen. Want als man krijg je al regelmatig tegenkanting als het om motorrijden gaat, maar als vrouw nog meer. In zo’n geval past enkel ‘de edele kunst van not giving a fuck’, niet toevallig de titel van het boek dat momenteel op het nachtkastje van m’n vriendin rust. En als veel vrouwen íets nodig hebben, dan is het een gezond je-m’en-foutisme.

Een motorrijdster is in mijn beleving de ultieme vorm van genderneutraliteit, om er een ietwat uit z’n context gerukt modewoord tegenaan te gooien. Het heeft tot 1962 geduurd vooraleer vrouwen mochten deelnemen aan de GP’s, om in 1963 al opnieuw geweerd te worden. En in 1989 kreeg de Finse Taru Rinne een persoonlijke brief van Bernie Ecclestone (die toen probeerde macht te vergaren in de GP’s zoals hij dat in de F1 deed) waarin stond dat ze niet gekwalificeerd was om het seizoen 1990 te starten, ook al finishte ze als eerste vrouw in de punten van een GP. In het geval van de GP-races hebben seksistische fossielen als Ecclestone het te lang voor het zeggen gehad. Intussen gaat Ana Carrasco als eerste vrouw aan kop van een officieel WK, nadat ze ook als eerste vrouw officiële WK-races won. Dat sommige mannelijke collega’s haar betichten van bedrog mag de pret niet drukken. Integendeel. Ik wil van Ana Carrasco geen soort van Jeanne d’Arc maken, maar het is leuk om te zien, zonder meer. Zeker als je weet dat ze ook nog in haar tweede jaar rechten zit, wat volgens mij al evengoed een unicum is in een WK motorracen. Het zal wel iets met multitasken te maken hebben, wellicht. M’n punt is dat vrouwen die willen gaan motorrijden geen enkele reden meer hebben om dat niet te doen. Of het zou het ontbreken van de juiste jeansmaten moeten zijn…

 

Pieter Ryckaert, hoofdredacteur Motorrijder