Ze zijn verstrooid, chaotisch, natuurlijk high en steeds te laat. Hun biotoop bevindt zich in de marge van de maatschappij naar waar soms verfoeilijk, dan weer benijdenswaardig gekeken wordt. Het zijn figuren die ons individualiseren en tegelijk samenbrengen. Het zijn muzikanten. Maar wat als muzikanten gaan motorrijden? Trekken zij bovengenoemde stereotypen genadeloos door tot diep in ons gestructureerde verkeer? Zien zij de dingen vanop twee wielen anders? Of zijn het ook gewone motorrijders zoals u en ik? Dit is een exclusief verslag van de gesprekken met vier van onze motorrijdende sterren.

Wim Opbrouck | Zanger/accordeonist |
Bekend van De Dolfijntjes en als acteur

“Elk zenne goei’ndag.” Zou ik? Neen, niet doen. Ik sta oog in oog met Wim
Opbrouck, alias Gerrit Callewaert, Frankie Loosveld en co én bezieler van de band De Dolfijntjes. Het is de man die me al zoveel liet lachen, dromen of gewoon gaan. Kortom, een ware held. Echter, je weet wat men zegt over helden ontmoeten…

Zijn woning is zoals ik hoopte dat die zou zijn; artistiek en stijlvol. Met een familiaire gezelligheid nodigt Wim me uit voor een plaatsje in de tuin in de zon. Mijn stress smelt weg. “Ik ben een atypische muzikant, want op de eerste plaats ben ik acteur – tenminste, dat staat zo op mijn diploma. Als kind begon ik in de muziekschool met pianoles hier in Harelbeke en sindsdien ben ik blijven spelen. Ook tijdens mijn latere studies kreeg ik muziekles, want dat is een vast onderdeel van de opleiding op Studio Herman Teirlinck. Eigenlijk bleven muziek en theater altijd met elkaar vervlochten. Ik volgde Ann Tuts op in The Frozen Ones en daarna kwam er de goesting om met mijn zielsvriend Wim Willaert een eigen groep te beginnen. We wilden in het Nederlands zingen en het moest zo zot zijn als Frank Zappa. Toegegeven, ‘De Dolfijntjes’ is een stomme naam, maar niet zo uitzonderlijk wanneer je andere namen zoals ‘De Kevers’ of ‘De Rollende Stenen’ bekijkt. Acteren en musiceren overlappen elkaar. Niet toevallig brengen acteurs zoals Els Dottermans, Koen De Graeve en Veerle Baetens platen uit, maar jammer genoeg worden die vaak niet erg serieus genomen. Voor mij is het altijd honderd procent.”

 

“In ‘94 begon ik met motorrijden. Vrij laat dus, ik ben geboren in ‘69, maar als kind was ik daar niet zo mee bezig. Ik kan je geen brommerverhalen vertellen, motorrijden en motorrijders kwamen gaandeweg op mijn pad. Motorrijden was voor mij datgene uit de Ronde van Vlaanderen. Die BMW’s R 100 zagen er niet alleen fantastisch uit, maar een beste motard en een fotograaf achterop maakten het plaatje af. Ik vond het toen – en nu nog steeds – een machtig beeld. Het beeld van een horde wegzoevende fotografen, op jacht naar actie en dat ene kiekje. Fantastisch!” Met armgebaren verbeeldt hij het tafereel. “Daarnaast had je ook in het artistieke milieu motorrijders zoals Johan Dehollander, Jean Blaute en Michiel Hendryckx die lyrisch romantische ideeën over motorrijden beschreven. Dit fascineerde mij. Ik leerde die mensen kennen en kocht mijn eerste motor van Johan.

Die eerste motormeters zijn onvergetelijk, alsof je iemand kust voor de eerste keer. Dat gevoel is nooit meer weggegaan.”
Ook ik werd destijds in 2002 geïnspireerd door de ‘Bende van Wim’ en ik wil weten of dit pure fictie dan wel werkelijkheid was/is. “Iets met vrienden doen voelt enorm goed aan. Dat moeten velen zo ervaren, want nog steeds sturen mensen een voorstel of beelden van hun eigen ‘Bende van Wim’ op. Het programma heeft een soort mythische proportie aangenomen. Een deel van het succes komt door de keuze voor bescheiden locaties. Eerst gingen die erg exotisch zijn, maar ik heb dat tegengehouden. Het kan hier ook exotisch zijn, zeker als je het filmt in een Route 66-stijl.” Zonder ook maar een vraag te moeten stellen, gaat Wim verder. “Motorrijden biedt een andere manier van reizen, een andere manier van aankomen. Ik vind het een supertoffe wijze van reizen, zeker met slecht weer onder het motto ‘no pain, no game’.

 

Met De Dolfijntjes gaan we één keer per jaar op weekend met de motor, de dames achterop. We nemen dit heel erg serieus, want wie het organiseert, gaat zelfs op prospectie om zeker te zijn dat we op de plaats van aankomst kunnen eten. Dat is onze gouden regel. De tijd ontbreekt om meer te reizen, maar ik gebruik de motor veel voor het woon-werkverkeer. Mocht ik niet geworden zijn wie ik nu ben, dan zou ik misschien zwaantje geworden zijn. Ik heb voor een programma ooit eens een stuk van die opleiding gevolgd en dat was heel indrukwekkend. En stel je voor; met zwaailicht en sirene aanstormen, door het rood rijden, een kruispunt afzetten, stoptekens geven…man man. Of de vaste motorrijder van een fotograaf zijn; altijd zwerven, door weer en wind, de metier gestaag eigen maken, aanvaard worden. Zelf mocht ik een paar keer de E3 meerijden als seiner in een eerder vrije rol. Wel, ik heb respect voor die motards, want het is zowel mentaal als fysiek echt lastig. Achteraf zie je de motorfietsen bij elkaar staan, motorblokken tikken na, vuil van het zware werk – vandaar dat mijn 1150 GS nooit proper is -, een pint staat klaar op het zadel. Dat vind ik mooi. Trouwens, wil je een pint?” Ik sta oog in oog met Wim Opbrouck. Vergeet wat ze zeggen over helden ontmoeten.

 

DE MOTOR-CD VAN WIM OPBROUCK

1. À Ostende (alain Bashung)
“Omdat Oostende het begin en eind van alles is. Rand van het land. In Oostende droom je van Dover, London, Gibraltar en Agadir. Vertrek en aankomst, de grote romantiek van het reizen. Bashung schreef er een prachtig nummer over.”

2. Are You Going With Me (Pat Metheny Group)
“De titel alleen al! Ik herinner me een fantastische nachtelijke
motorrit door het binnenste binnenland van Spanje. In de oortjes klonk dit nummer, het is als brandstof, ik kan er uren op rijden.”

3. Don’t Fear The Reaper (Blue Öyster Cult)
“Nooit bang zijn. Onbevreesd en met opgeheven hoofd aan het gashendel draaien. The Reaper is de man met de zeis die overal meereist met de avontuurlijke mens. Rock-’n-roll tot in de bijnieren.”

4. La Grange (ZZ Top)
“Heerlijke pure onversneden gitaren en gloeiende uitlaten. Baarden, zonnebrillen en blinkend chroom mochten niet ontbreken in mijn favoriete lijstje van motornummers.”

5. Running On Empty (Jackson Browne)
“Dit was het titelnummer van de pilootaflevering van De Bende Van Wim. Regisseur Frank van Mechelen had dit nummer gemonteerd onder de eerste rijbeelden van de proefaflevering. Zo moesten we de VRT overtuigen om dit programma te maken en zo geschiedde. Eeuwige dank, Frank!”