Ze zijn verstrooid, chaotisch, natuurlijk high en steeds te laat. Hun biotoop bevindt zich in de marge van de maatschappij naar waar soms verfoeilijk, dan weer benijdenswaardig gekeken wordt. Het zijn figuren die ons individualiseren en tegelijk samenbrengen. Het zijn muzikanten. Maar wat als muzikanten gaan motorrijden? Trekken zij bovengenoemde stereotypen genadeloos door tot diep in ons gestructureerde verkeer? Zien zij de dingen vanop twee wielen anders? Of zijn het ook gewone motorrijders zoals u en ik? Dit is een exclusief verslag van de gesprekken met vier van onze motorrijdende sterren.

Ronny Mosuse | Zanger/bassist |
Bekend van The Radios, CPeX

In een mediahuis in het Brusselse heb ik een afspraak met Ronny Mosuse. Het zal een korte ontmoeting worden, want de bezige muzikant/mediafiguur is de studio ingedoken en kan zich slechts een pauze lang vrijmaken. Toch ben ik in mijn nopjes, want eindelijk ontmoet ik de man die toentertijd mijn jongste zus in vuur en vlam zette en dus mijn broer had kunnen zijn.

Rond mijn vijftiende begon mijn muziekcarrière. Mijn overleden broer Robert had toegezegd om ergens op te treden. Pure bluf, want wij hadden helemaal geen groep. Maar beloofd was beloofd, wij hielden woord en flansten snel iets in elkaar. Dit was het begin van de B-Tunes, onze popgroep waarmee we in ‘89 de finale van Humo’s Rock Rally haalden. Tijdens die finale was Hugo Matthysen aanwezig en die tipte diezelfde avond Bart Peeters over ons bestaan. Enkele weken later stonden we in een studio met The Radio’s. Daarna volgde CPEX (The Clement Peerens Explosition), bracht ik enkele soloalbums uit en deed ik heel wat mediawerk.” Sneller dan een walking bass swingt de sympathieke zanger/bassist door zijn cv. “Ik spring van de hak op de tak hé. Kun je volgen?” Intussen schuift hij in zijn stoel van de ene pose naar de andere. “Niet op letten, ik kan moeilijk stilzitten, maar dat heeft ook zijn voordelen…”

 

“Ik heb altijd ‘gebrommerd’. Ik sleutelde graag en versleet verschillende bromfietsen, inclusief mezelf – ik maakte ooit een zware val met een Yamaha DT50. Met de geboorte van mijn zoon viel dat motorgebeuren stil. Je kent dat wel, verantwoordelijkheidszin en zo. Echter, de kriebel om te rijden werd onhoudbaar, ik behaalde mijn motorrijbewijs en kocht een Bol d’Or. Later ben ik mijn leven nog eens herbegonnen met een andere partner. Opnieuw kwamen er kinderen en wederom werd het rond motorrijden windstil. Niet voor lang, en ik kocht terug een motorfiets. Mensen weten het aan een midlifecrisis, maar ik was voordien al motard, ben dat gebleven en dat zal ook altijd zo zijn. Ik doe dat gewoon heel graag. Ik weet ondertussen hoe dat komt; ik ben een controlefreak en op de motor kan ik die karaktertrek geweldig vieren. De handelingen beginnen al voor het eigenlijke motorrijden en verlopen volgens een vast patroon: eerst de kledij, dan de helm, handschoenen, dan dit knopje, dan dat, enzovoort.”

 

Wanneer ik motorrijders vertel dat ik muzikant ben (of omgekeerd), word ik steevast onbegrijpend aangekeken. Daarom vraag ik of hijzelf een scheiding tussen motorrijden en musiceren ervaart. “Helemaal niet, die twee passies hebben juist alles met elkaar gemeen! Beide eisen controle en geven vrijheid. Daarnaast schenkt mijn motor me de zekerheid op tijd te zullen aankomen. Het verkeer zit zó vol dat ik absoluut niet snap vanwaar al die mensen de goesting halen om in een auto te stappen. Met mijn motor schenk ik mezelf vrijheid met enkel de rijwind als kompaan – ik zou het bijna mediteren noemen.”
Mede door het typetje Sylvain Aertbeliën van CPEX ben ik benieuwd hoe ernstig hij het verkeer benadert. “Ik neem het verkeer altijd heel serieus. Tot nu toe heb ik nooit een ongeval veroorzaakt. Ik rij altijd consciëntieus; ik kijk ver voor mij uit, gebruik om de zoveel seconden de spiegels en zet steeds mijn pinkers op. Zoals bij een optreden begin ik rustig, maar bij de eerste mooie bocht kan dat wel iets pittiger worden. Net daarom wordt motorrijden snel heel persoonlijk en gelijkt het sterk op musiceren; hoe je rijdt, hangt af van hoe je je voelt. Motorrijden lijkt me ook gezond; je moet geconcentreerd zijn en mag niet te veel pintjes ophebben, want dat verstoort onmiddellijk dat subtiele spel tussen alle handelingen.”

Of zijn motorkeuze net zo verscheidend is als zijn muzikale projecten? “Ik ben geïnteresseerd in alle motoren – behalve scooters – en ben niet merkgebonden. De keuze voor deze GT is louter een van controledrang; ik wilde een betrouwbare motorfiets, met ABS, cardan of riem, en handvatverwarming. Mijn boek ‘De verborgen geschiedenis van mijn vader’ is net uit en ik hoop ooit mijn familie in Congo te kunnen bezoeken op een motor. De natuur is er prachtig, maar tegelijk ga ik er dan ook vervuilen, niet?” Heel even behoudt Ronny eenzelfde dromerige houding, maar schiet nu weer uit de startblokken. “Misschien doe ik het pas als er ooit een valabel elektrisch alternatief bestaat. En voor zo’n reis heb je waarschijnlijk echt veel tijd nodig. Dat wordt lastig, want ik wil zoveel mogelijk platen maken en zo lang mogelijk op de planken staan. Oh ja, ik wil graag met de motor eens goed vallen. Hoe zou dat voelen? Hoe moet je dit doen? Die gasten uit de MotoGP staan toch snel weer recht, dus …” Dat is genoteerd, als we ooit eens een crash dummy nodig hebben, ben jij onze man.

 

DE MOTOR-CD VAN RONNY MOSUSE

1. Herz und Mund und Tat und Leben
(bWV 147 van J.S. Bach, in de pianoversie van Myra Hess)

“Dat muziekje zit zo logisch en vernuftig in elkaar dat ik mijn neiging tot het overanalyseren ervan even aan de kant zet en rustig kan ontspannen. Ik zet het zelfs tot tien maal toe op repeat.”

2. Claire De Lune (Debussy, in de versie van Francois-Joël Thiollier)
“Zo ingewikkeld, maar tegelijk ademt het zoveel rust uit dat ik moet opletten dat ik met mijn motor niet de lucht inrij…”

3. Silencio (Ibrahim Ferrer & Omara Portuondo)
“Ik heb niet zo veel ambities in het leven buiten simpelweg gelukkig zijn, maar op een dag wil ik toch Ibrahim Ferrer worden. Wat een zanger! En ja, ik zing mee in mijn helm!”

4. I Say A Little Prayer (Aretha Franklin)
“De combinatie van de stem van de jonge Aretha (het perfecte evenwicht tussen energie, subtiliteit en muzikaliteit) en de geniale compositie van Bacharach maken van dit werkje een godsgeschenk. En dan te weten dat ik niet in God geloof… Gevaarlijk nummer wel, omdat het je sneller doet rijden.”

5. I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free (Nina Simone)
“Ze is niet de beste zangeres noch de beste pianiste, maar de optelsom van haar onvolmaaktheden (ook als mens) maken haar groots. Als ik het goed begrepen heb, heeft componist Billy Taylor dit lied over de Civil Rights Movement midden jaren 60 in de USA geschreven. Ik ben altijd op weg naar de vrijheid als dit lied begint. Enfin, op de motor ben ik sowieso vrij…”