Ze zijn verstrooid, chaotisch, natuurlijk high en steeds te laat. Hun biotoop bevindt zich in de marge van de maatschappij naar waar soms verfoeilijk, dan weer benijdenswaardig gekeken wordt. Het zijn figuren die ons individualiseren en tegelijk samenbrengen. Het zijn muzikanten. Maar wat als muzikanten gaan motorrijden? Trekken zij bovengenoemde stereotypen genadeloos door tot diep in ons gestructureerde verkeer? Zien zij de dingen vanop twee wielen anders? Of zijn het ook gewone motorrijders zoals u en ik? Dit is een exclusief verslag van de gesprekken met vier van onze motorrijdende sterren.

Jan Paternoster | Zanger/gitarist |
Bekend van Black Box Revelation

Aan de rand van Brussel werd niet zo lang geleden een zwarte doos gevonden. De inhoud ontlook rockwerk van twee tieners en sloeg in als een bom. Heel even was hun garage te klein, nu past de wereld er vlotjes in. Het is een publiek geheim, ook op de redactie zijn we fan. En al helemaal nu het heugelijke nieuws dat zanger/gitarist Jan Paternoster motorrijdt tot voorbij onze oordopjes gewriemeld is. Op naar Dilbeek, de bakermat van Black Box Revelation, voor een gesprek met de sympathieke, boomlange en immer ontspannen ogende rocker Jan Paternoster.

“Ik kom niet uit een muzikaal nest. Toen ik 13 jaar was, leerde ik bij een gast uit de straat ‘Tribute’ van Pennywise spelen. Daarna heeft mijn nicht me wat verder geholpen en volgde ik les bij Claude Perwez (gitarist van Lama’s). Ik leerde er de basis van blues en vooral mijn plan trekken. Dries (Van Dijck) drumde toen al en als twee onnozele kinderen zijn we in 2005 samen muziek beginnen maken.” En ‘kinderen’ is nauwelijks overdreven, want Dries en Jan waren toen respectievelijk 14 en 16 jaar jong. “Nog voor de Humo’s Rock Rally in 2006 (waar ze als tweede eindigden n.v.d.r.) hadden we al een contract voor drie platen op zak. We hadden het geluk van meet af aan door goede mensen omringd te zijn. We zijn er altijd hard voor gegaan en keken vanaf het begin over de landsgrens heen. Ze lieten ons vrij en we konden onze identiteit behouden.”

 

“Een muzikaal hoogtepunt was zeker het concert twee weken na de aanslagen in Parijs. We twijfelden eerst, maar uiteindelijk speelden we toch. De ontlading, blijheid en energie van het publiek was enorm. Heel de zaal gaf zich over aan muziek. De mensen kwamen ons achteraf uitvoerig bedanken, niet voor onze muziek in het bijzonder, maar omdat het echt iets betekende, het besef naar een concert te kunnen gaan en vrij te zijn.”

“Mijn motorloopbaan begon op ongeveer dezelfde leeftijd als toen ik muziek begon te spelen. Ik reed toen met een Piaggio Ciao en had nonkels die met de motor reden – waaronder een mega Ducati-fan, inclusief zo’n rood klakske. Het was dus te verwachten dat ik ooit wel eens sneller dan 25 km/u wilde gaan. Een paar jaar later moesten we voor een tentoonstelling van leren vesten (o.a. die van Madonna en Schwarzenegger) in het hoofdkwartier van Harley-Davidson in de States spelen. Er was voor ons als verrassing een tour voorzien op een Harley naar keuze. Daar stonden Dries en ik te blinken, zonder rijbewijs. Ik dacht ‘dit overkomt me nooit meer’. Terug in België en vier dagen later had ik mijn motorrijbewijs op zak.”

Heeft iemand die ondertussen vier platen maakte, overzee tourt en beladen is met titels zoals ‘Beste Live Act’ überhaupt tijd om te rijden? “Veel te weinig, meestal is het erg druk door tournees of opnames. Maar soms nijp ik er even tussenuit. Alleen of met vrienden om een steak te gaan eten in Spa of vlug eens naar Rotterdam of richting de Champagnestreek. Dan doe ik heel even aan muziekescapisme, want alleen dan luister ik niet naar muziek. Nochtans ben ik graag onderweg met muziek. Sowieso testen we ieder nieuw nummer in de wagen uit.”

Op het net zag ik Jan Paternoster een fenomenale versie van Jimi Hendrix’s Voodoo Child spelen. Hij wringt zijn gitaar uit en blaast rauwe rock terug tot leven. Misschien kan hij eenzelfde voortrekkersrol spelen om het motorrijden bij de jongeren te promoten?

“Ik zou het wel leuk vinden als onze generatie meer zou rijden. Mensen doen minder vaak fysieke dingen samen. Samen op pad zijn voelt als een heel sociaal gebeuren aan. Motorrijden heeft dat echt in zich. Als je samen rijdt, merk je gauw wie je echte vrienden zijn. Het uit zich in de rijstijl.” Even pols ik naar zijn rijstijl. “Ook al staat er hier nog een Fireblade van ‘92, ik ben geen racer, maar ik geniet van het karakter van een motor. Een motorfiets vind ik een kunstwerk op zich. In het Brusselse verkeer word ik wel eens uitgemaakt voor Johnny, maar je moet ook wel, wil je ergens geraken. Daarbuiten waardeer ik de natuur en de rust. Het is heerlijk om na het rijden te musiceren. Motorrijden wordt mij om professionele redenen daarom niet afgeraden, ze weten dat het mij inspireert.”

Ik ben benieuwd of al dat succes resulteert in ‘this is my crib’-toestanden. “Zag je mijn Caddy om de hoek? (lacht) Neen, we verdienen genoeg om zonder compromissen te overleven met wat we willen doen. Ooit bouw ik een motorfiets met Steven van Moto-kouture. Die gast is zo ‘oncommercieel’ dat het enorm inspirerend werkt. Als het van mij afhangt zal het iets met een Guzzi Le Mans zijn, maar ik ben met deze BMW GS ook echt tevreden – het is trouwens mijn eerste motor. En voor welke test je me zou kunnen strikken? Misschien een circuittest met een Panigale? Om erachter te komen dat ik rijd als een bompa…”

 

DE MOTOR-CD VAN JAN PATERNOSTER

1. R U Mine? (Arctic Monkeys)
“Nummer start zoals je een motor zou starten. ‘t Beest dat wakker wordt.”

2. Blowin’ In The Wind (Bob Dylan)
“Antwoorden genoeg te vinden met je gezicht in de wind op de motor.”

 3. War Horse (Black Box Revelation)
“ ‘t Is dan wel een stalen ros in plaats van een echt paard, meer pk’s!”

 4. On The Road Again (Canned Heat)
“Elke keer ik dit nummer hoor, ben ik even blij als dat ik op de motor rijd.”

5. I Feel Love Every Million Miles (The Dead Weather)
“Da’s echt volle gas, top energie, om sneller en sneller van te rijden.”