Als je honderd jaar bestaat presenteer je natuurlijk een V100, zo zullen ze in Mandello gedacht hebben. Hoe dan ook, we zijn vooral blij dat Guzzi eindelijk weer een sportief georiënteerd model op de markt brengt, waarbij de focus overigens duidelijk ligt op allround-eigenschappen (zie het hoge stuur, riante zadel en de verstelbare ruit) in plaats van een hardcore scheurijzer. Maar dat vinden we niet erg.

Los van de charmante lijnen – in het bijzonder het fraai vormgegeven achterwiel met enkelvoudige swingarm met ingesloten cardan – is er nog meer nieuw aan de Mandello. En niet zomaar iets: de krachtbron. Hoewel Guzzi de lippen nog ferm op elkaar houdt, ontwikkelde het een compleet nieuwe vloeistofgekoelde (!) V-Twin met 4 kleppen per cilinder. Of de aansturing gaat met twee nokken of één is nog niet helemaal duidelijk, maar we gaan uit van het eerste (DOHC). Een cilinderinhoud van 1.000cc en vermogen van circa 115 pk ligt in de lijn der verwachting, dat is toch weer fors meer dan de 76 pk die de V85/V7 en V9 nu meebrengen.

Rijwieltechnisch lijkt het met de V100 twee kanten op te gaan; een basisversie en een soort S-variant met (semi-actieve) Öhlins, met een volledig instelbare piggyback monoshock achteraan en een upside-down vork vooraan. Radiale Brembo 4zuiger M4.32 klauwen moeten de boel tijdig afstoppen. Ruitje en een deel van het kuipwerk (soort geïntegreerde handkappen) zijn instelbaar om de luchtstroom succesvol langs eerste stuurman en passagier te geleiden; de verschillend rijmodi en andere rijhulpsystemen zijn terug te vinden op een TFT-dashboard. Heugelijk nieuws dus vanuit Mandello, waarbij we stiekem al wegdromen bij een V100 Sport. Of een MGS-02.