De motorroute ‘Boren in de Borinage’ in het septembernummer van Motorrijder loopt niet toevallig langs Mahymobiles in Leuze-en-Hainaut. Iedereen met een beetje interesse in motoren en auto’s moet ooit een keer een bezoek brengen aan het Musée de l’Auto.

De geschiedenis van de autocollectie van de Gentse familie Mahy verliep niet meteen rimpelloos. De verzamelwoede van de autogekke familie zorgde niet alleen voor een collectie die in Europa haar gelijke niet kent, tegelijk was er de constante zorg over de ruimte die er nodig was om de wagens aan het publiek te tonen en de torenhoge onderhouds- en restauratiekosten. Michel Mahy – inmiddels de derde generatie van Mahy’s die zich over de collectie buigt – heeft vanuit het Musée de l’Auto in Leuze-en-Hainaut een duidelijk visie ontwikkeld op de toekomst van Mahymobiles.

Mahymobiles_1

Ghislain Mahy, zijn zoon Ivan en de rest van de familie Mahy zijn een heus begrip in het Gentse, ze hadden in de Arteveldestad een hele reeks autoconcessies. “In de jaren zeventig was 15 % van de auto’s die in Gent rondreden gekocht in een Mahy autogarage”, vertelt Michel Mahy als hij ons ontvangt in het Musée de l’Auto op de dag dat we de route ‘Boren in de Borinage’ inblikken. Michel vertelt met veel plezier het verhaal van de indrukwekkende autocollectie die de familie in de loop der decennia uitbouwde. Een passie die uitgroeide tot een autoverzameling die in 2015 zomaar eventjes 1.136 auto’s telde. Aangevuld met tonnen archiefmateriaal en vrachtwagenladingen onderdelen en memorabilia. Na een bijzonder turbulente geschiedenis met verschillende verhuizingen, vonden de Mahy’s in het jaar 2000 eindelijk een vast onderkomen voor de collectie in een voormalige textielfabriek in Leuze-en-Hainaut. In het Autoworld automuseum in Brussel staan een tweehonderdtal wagens uit de Mahy-collectie, de rest vind je in Leuze-en-Hainaut.

Mahymobiles_2

Generatieconflict

Toen Mahymobiles in 2000 zijn deuren opende in Leuze-en-Hainaut, lokte de collectie in het eerste jaar een stevige dertienduizend bezoekers. Vijftien jaar later was dat bezoekersaantal teruggelopen tot drieduizend. Er moest wat gebeuren. “Toen de gezondheid van mijn grootvader Ghislain er op achteruitging, werd beslist om een vzw op te richten om de toekomst van de collectie veilig te stellen. Mijn vader Ivan heeft vanuit die vzw hemel en aarde verzet om voor de collectie een gepast onderkomen te vinden. Alle voormalige fabriekspanden van meer dan tienduizend vierkante meter in Vlaanderen en Wallonië heeft hij bezocht, maar altijd scheelde er wel iets. Tot het pand in Leuze-en-Hainaut op de radar verscheen en ook de lokale overheden het project zagen zitten.”

Mahymobiles_3

“Mijn vader heeft de verhuis van de collectie naar Leuze mee georganiseerd, maar op de uitbating van het museum had hij een heel conservatieve kijk. De collectie bleef maar aangroeien, vaak met wagens die slechts een heel beperkte waarde aan het geheel toevoegden. Tegelijk werd er amper budget vrijgemaakt om wagens te restaureren en het hele museum werd met minimale middelen gerund. Dat leidde tot zware discussies tussen mij en mijn vader. In 2015 ben ik door het bestuur van de vzw gevraagd om de dagelijkse leiding over het museum op mij te nemen”, zegt Michel Mahy over de reden waarom er de voorbije jaren in het Musée de l’Auto zo veel veranderde.

Youngtimers

En ‘veel’ is in dit geval echt ‘veel’ want wie het museum een paar jaar geleden bezocht en er nu opnieuw naar binnen stapt, die gelooft zijn ogen niet. De grote hal met de collectie oldtimers is nog herkenbaar, maar alles er rond is nieuw. In nieuw ingerichte hallen staat een bijzondere verzameling motorfietsen netjes uitgestald, de oude fietsen worden getoond zoals het hoort en een volledig nieuwe zaal zet de youngtimers in de spotlights. “Bij de oldtimers uit de grote zaal moeten wij het verhaal vertellen. Daar moeten wij uitleggen waarom een bepaalde auto zo belangrijk is geweest in de geschiedenis van de automobiel. Als de mensen in de zaal met de youngtimers binnenkomen, vertellen ze zelf de verhalen. Heel veel bezoekers hebben zelf nog met een van deze youngtimers gereden en dat zorgt voor een heel leuke interactie met het publiek”, vertelt Michel terwijl we tussen de Opels, Nissans en Peugeots wandelen.

Mahymobiles_4

Meer kwaliteit

Om deze zalen te kunnen realiseren, moest Michel ruimte vrijmaken. En dat kon enkel door een aantal auto’s te verkopen. In 2018 organiseerde Mahy een openbare verkoop van 148 wagens. Allemaal waardevolle auto’s, uiteraard, maar minder waardevol binnen de collectie van Mahymobiles omdat het dubbels of bijna-dubbels betrof.

Mahymobiles_5

Dat Michel Mahy het museum op een modernere manier wil runnen blijkt niet alleen uit het feit dat er nu meer gefocust wordt op de kwaliteit van de collectie dan op de kwantiteit. Zo werd er al een fraaie museumshop uitgebouwd en gaat Mahy straks ook met het museum de boer op. “Van 9 september tot eind oktober organiseren we op de Vynckier-site in Gent een pop-up museum waarin we de verhalen van veertig niet-gerestaureerde auto’s vertellen. De Gentse fotograaf Wouter Rawoens bouwde in het museum in Leuze een fotostudio om een aantal wagens met een bijzonder verhaal in de beste omstandigheden te kunnen fotograferen. Met een selectie van deze niet-gerestaureerde auto’s en grote prints van die fantastische foto’s maken we een tentoonstelling in Gent waar we al die verhalen vertellen. Tegelijk stellen we het boek ‘Mahy. A family of cars’ voor. Dat boek is uitgegeven door Lannoo en koppelt de foto’s van Rawoens aan de verhalen over de auto’s.

Met al deze initiatieven willen we de collectie bekender maken om zo meer mensen naar het Musée de l’Auto in Leuze te lokken. In het museum zelf willen we trouwens nog meer autogerelateerde evenementen organiseren en met de collectie willen we bijzondere nadruk leggen op de Belgische automerken en de auto’s die in België zijn geassembleerd”, besluit Michel Mahy.

Meer info: Mahymobiles – Musée de l’auto

‘Mahy – A family of Cars’ – Het boek

Mahy – A family of Cars – De expo

Tekst Bart Bart De Schampheleire                     Fotografie Peter Naessens