Het departement Aisne bevindt zich op een boogscheut van de grens met België, herbergt behoorlijk wat schatten én talloze slingerwegen en dat alles bovendien ver weg van de toeristische trekpleisters. Deze route staat garant voor 160 km stuurplezier tussen Laon en Reims, schotelt je een fikse portie plaatselijke geschiedenis voor en eindigt op een heus stratencircuit. Waar wacht je nog op?

Geschreven door Philippe Bonamis, JB    Foto’s Thierry Dricot

Je kunt natuurlijk via de snelweg in Laon geraken: via Bergen, Valenciennes, Cambrai en Saint-Quentin. Vanuit Brussel is dat een aardig eindje rijden en de route heeft weinig te bieden. Daarom stellen we een alternatieve aanrijroute voor die vanaf Rocroi (ten zuiden van Couvin) enkel over B-wegen gaat die bovendien nog relatief vrij is van radarcontroles. De aanrijroute loopt langs Eteignières, Rumigny, Rozoy-sur-Serre en Montcornet, en bevat voldoende kronkels om je niet te vervelen aan het stuur. Bij het binnenrijden van Laon zie je meteen het startpunt van de route: de Notre-Dame kathedraal. Vanop het plein voor de kathedraal gaat het westwaarts richting de 9.000 hectaren gebladerte van het bos van Saint-Gobain.





Eerste bezienswaardigheid is al meteen de oude priorij van Tortoir, die zijn oorsprong vindt in de 11de of 12de eeuw, net voorbij het kleine dorpje Saint-Nicolas-aux-Bois. De daaropvolgende kilometers duiken we dieper de bossen in. Voorbij Saint-Gobin gaat het verder naar Septvaux en Prémontré, dat je waarschijnlijk bekend in de oren klinkt vanwege de abdij, om vervolgens aan te komen in Coucy-le-Château. De oude binnenstad met indrukwekkende vestingmuren bulkt van de charme. Via de indrukwekkende Porte de Laon rijd je de stad binnen en kom je op de burcht uit, waarvan de oudste delen dateren van het jaar 920. Tot in 1917, toen ze vernietigd werd door het Duitse leger, was deze in de 13de eeuw gebouwde versterkte burcht de grootste van Europa.



Ook de middeleeuwse tuin van Coucy-le-Château is een bezoekje waard. Je vindt ‘m aan de voet van een van de wallen, vlakbij de kerk. Enkele kilometers verderop gaat het via Chavignon naar een andere bezienswaardigheid: de tunnel van Braye-en-Laonnois, gebouwd in 1890. Het kanaal duikt hier voor een lengte van 2.440 meter onder de grond om zo de Chemin de Dames te omzeilen. Het ventilatiemechanisme dat je aan de ingang ziet dateert van 1972. En nu we het toch over de Chemin des Dames hebben: van deze kaarsrechte B-weg, met de talloze monumenten en gedenkstenen ter ere van de gesneuvelden, word je niet bepaald vrolijk.



De littekens van de Grote Oorlog zijn in de hele omgeving nog zeer duidelijk zichtbaar, zoals bijvoorbeeld de ruïne van de abdij van Vauclair of hele dorpen die van de kaart geveegd werden en elders weer werden opgebouwd. Ook 100 jaar na de gruwelijke gevechten van 1917 is het bos van Vauclair (en de omgeving) nog steeds bezaaid met obuskraters. Neem zeker een kijkje in de Caverne du Dragon om een inzicht te krijgen in het leven van de soldaten toentertijd. De route gaat verder richting de vallei van de Aisne. Eens aangekomen op de noordoever, verandert het landschap compleet en rijden we tussen wijngaarden naar Gueux, aan de rand van Reims.



Stop zeker even aan het oude circuit van Reims-Gueux, hier spat de geschiedenis van het autoracen je zo in het gezicht! Houd je bij het verkennen van het tracé wel aan de snelheid, hier durven weleens agenten met speedguns op de loer te liggen… En daarmee zijn we aan het eindpunt van onze route. De makkelijkste manier om van hieruit weer in België te komen, gaat langs Rethel, Signy l’Abbaye en Rocroi. Goeie rit, en wees voorzichtig!