Vorige keer namen we afscheid in Assesse, vlakbij de N4. Voor het gemak zetten we onze omzwervingen met de Maas als rode draad gewoon verder, het tweede deel van dit tweeluik begint dus simpelweg op de plek waar we vorige keer geëindigd zijn.

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans Foto’s Thierry Dricot

En we houden het ook makkelijk: je kunt de pijl met ‘Maillen’ erop echt niet missen. We kussen kort de Maas voordat we afdraaien naar Mont-Godinne en door het bos richting Crupet rijden. We passeren het imposante Château de la Poste, dat dateert uit 1884 maar tegenwoordig dienstdoet als hotel. Een opmerkelijk hotel trouwens, want naast gewone kamers kun je er ook kiezen voor een boomhut (!) of een zogenaamde loftcube, een kleine kubus middenin de natuur. Maar wij zijn hier om te rijden…


De bosweg kronkelt dat het een lieve lust is, en ook voorbij Crupet laten we ons leiden door de groen afgeboorde wegen op de Michelinkaart. Alleen jammer dat het wegdek hier zwaar te wensen overlaat, maar het landschap maakt gelukkig veel goed. Nadat we de spectaculaire, maar stoffige steengroeves gepasseerd zijn, rijden we in Yvoir opnieuw langs de oevers van de Maas. Bij het uitrijden van dit kleine stadje is het trouwens oppassen geblazen op de snelle N937, want je moet regelmatig in de remmen voor al dan niet mobiele flitsers. Amper een paar flinke halen aan het gashendel later staan we in Purnode. De Brasserie du Bocq is een stop waard, ook al wacht er even verderop een fraai pakketje bochten dat motor en rijder in een fijne cadans brengt. Het aangename ritme zorgt ervoor dat we het kasteel van Spontin gewoon voorbijrijden, om even verderop in Braibant en Haloi de meest oostelijke punten van onze route aan te tikken. Nadat we ook Ciney heel kort een bezoekje hebben gebracht, richten we het stuur weer westwaarts naar het boerendorpje Sovet om vervolgens door te rijden naar Thynes en Lisogne. Let hier wel goed op, want de route verandert regelmatig van richting. De afdaling richting Leffe is een van de spectaculairdere die je in ons landje met de motor kunt doen, puur genieten! En wat die ‘andere’ Leffe betreft, de blonde en de bruine, ook daar kun je hier van genieten – zij het wel met mate. Minder bekend dan het abdijbier, is het feit dat ‘Leffe’ ook de naam is van een stroompje hier vlakbij. De uit de kluiten gewassen beek – want het is niet meer dan dat – ontspringt in het dorpje Taviet, loopt ondergronds onder de Leffe-abdij door en mondt dan uit in de Maas.


Ter hoogte van ‘Moulin de Lisogne’, een restaurant met een aardige reputatie, begint onze maag te knorren. Hier uitgebreid tafelen is geen optie, dus we kiezen voor een korte ‘droge worsten’-pauze zoals we die zo vaak houden tijdens onze toerritjes. De fotograaf staat erop dat we daarvoor doorrijden naar de slagerij in Celles, en terecht: zelden zulke fantastische droge worst gegeten! Na dit welkome aperitief gaat het richting Givet in Noord-Frankrijk, waar we een heerlijk en betaalbaar
restaurantje vinden met een terras dat uitkijkt over de Maas en motorparking voor de
deur: ‘Giv& Mouettes’.


Een aanradertje – tenminste, als je het genoegen hebt om bediend te worden door de fijne jongedame des huizes, want de jongeman die ons eh, ‘verwelkomde’ bevorderde niet bepaald onze eetlust. Na de middag gaat het langs de oude douanepost van Petit-Doische weer richting België. Op een weekdag is er zo goed als geen verkeer op de N977, en dan is deze weg een waar plezier. Ter hoogte van Morville snijden we de as Philippeville-Dinant en slaan we af richting Falaën. Hier staan we aan de poorten van de welbekende Molignée, een korte maar fijne kronkelweg die je in het weekend echter moet mijden als de pest. In Anhée gaat het dan resoluut richting het eindpunt van onze route. Afsluiten doen we niet echt in schoonheid: de N92 is een razend drukke verkeersader die ‘voor uw veiligheid’ bezaaid is met flitspalen. Gelukkig maakt het terrasje in eindpunt Lustin veel goed…