De laatste MotoGP-races worden gedomineerd door Marc Márquez en Andrea Dovizioso. Ze doen daardoor denken aan het legendarische duo Kevin Schwantz en Wayne Rainey, die op een vergelijkbare manier eind jaren 80 en begin jaren 90 domineerden.

In Motegi waren ze opnieuw tot elkaar veroordeeld, omdat ze gewoon sneller zijn dan alle anderen. En in het Thaise Buriram deed de laatste bocht denken aan Hockenheim 1991. Daar leek Schwantz Rainey te kloppen met een van z’n bekende ‘eerst God zien, dan remmen’-inhaalpogingen, waarbij hij een wild stuiterende Suzuki onder controle probeerde te houden, daarin slaagde en een ziedende aartsrivaal klopte. En de race nadien in Assen ging Rainey rechtdoor in de laatste chicane in een poging om een vergelijkbaar scenario te vermijden. Waarop Schwantz opnieuw won.

Al relativeert Schwantz wel beide overwinningen. Van Hockenheim zegt hij dat hij bijna achterop Rainey knalde, omdat die in een poging om voor te blijven helemaal aan de binnenkant van de baan was gaan rijden en daarom z’n rempunt verkeerd inschatte. Wat dus op een perfect getimed uitremmanoeuvre leek, was eigenlijk het met een reflex ontwijken van een te vroeg remmende rivaal. In de heisa schakelde hij ook nog een versnelling te veel terug, waardoor het achterwiel ging stuiteren als een gek. Maar Schwantz redde de meubelen en won. De overwinning in Assen lag volgens hem ook buiten verschiet, maar omdat Rainey koste wat het kost een herhaling van Hockenheim wilde voorkomen, remde hij deze keer te laat en ging rechtdoor. Dat vindt Schwantz tot vandaag nog steeds hilarisch. In Thailand en Motegi zagen we een vergelijkbaar scenario. De anders zo kalme Dovizioso schoot in de laatste bocht van Buriram te ver door, waardoor Márquez kon counteren op de manier waarop Dovizioso hem dit seizoen al te grazen nam in Doha en Oostenrijk. En in Motegi ging Dovizoso ook in de fout en crashte, waarmee Márquez de wereldtitel scoorde. Als Márquez meer op Schwantz lijkt – de met een goddelijk talent uitgeruste wildeman – en Dovizioso op de eeuwig kalme, beheerste en ijzig professionele Rainey, dan zijn de wereldtitels het enige verschil. Dovizioso blijft andermaal met lege handen achter, waar Rainey destijds drie titels op rij scoorde. Terwijl Márquez z’n vijfde titel op rij behaalde, waar Kevin Schwantz steevast in Rainey z’n meerdere diende te erkennen. Tot 1993, toen Rainey verlamd raakte en Schwantz z’n enige titel scoorde. En ze zien zelf wel iets in die vergelijking. “Ik ben duidelijk Schwantz”, grijnst Márquez. “En ik ben zeker Rainey, niet Kevin”, bevestigt Dovi glimlachend.

Márquez gaat verder: “Dovi heeft meer controle over het remmen, terwijl ik veel meer op de limiet rem. Ik rem op het punt, dat speciale punt dat iedereen in z’n hoofd heeft zitten. Maar m’n doel is om m’n rijstijl te veranderen. Ik moet meer Dovizioso worden. Vloeiender remmen, minder hellingshoek en hard accelereren. Maar dat is momenteel geen optie met de Honda. In Thailand hebben we van stijl gewisseld. Ik was Dovi en hij Marc. Hij ging heel snel de laatste bocht in. Hij kon me bijna blocken, maar ik vond toch een gaatje. Net zoals hij dat vond in Oostenrijk.” Kevin Schwantz ging pas een bedreiging vormen voor Rainey vanaf 1992-1993, toen de Texaan z’n wilde haren liet varen, meer gecontroleerd ging rijden en z’n focus op het kampioenschap behield en Rainey meer dan ooit onder druk kon zetten. Dus wat als Márquez z’n talent wat gaat intomen en als een coole sluipschutter te werk zal gaan, in plaats van de bijlmoordenaar die hij nu is? Hij scoorde nu al z’n vijfde titel op rij. Wel, Dovi heeft misschien een verrassing in petto: “Ik ben ondertussen zover dat ik Marc in elke race onder druk kan zetten. Vroeger raakte ik met moeite op het podium. In die zin focus ik nog steeds niet op het kampioenschap. Ik ben nog steeds druk doende om de Ducati beter te maken. En dat lukt ook. Dus 2019 wordt interessant.” Dus als Dovi z’n aarts-rivaal nog meer onder druk kan zetten, dan zien we misschien de late jaren 80 terug. En dat zou leuk zijn…