Weinig Belgische motorcrossers raakten de gevoelige snaar als Hoeienaar André Malherbe. De drievoudige wereldkampioen 500cc zal voor altijd verbonden blijven met de hoogdagen van het machtige Honda in de jaren 80. Zowel op als naast de baan gaven Malherbe en zijn fabrieks-CR500 een nieuwe invulling aan het begrip stijl.

Nog voor de lancering van het WK 125cc rijft ‘Dédé’ in 1973 en 1974 de Europese 125cc-titel binnen. Een jaar later, in 1975, wordt het kampioenschap opgewaardeerd naar WK-status. Het had zijn palmares nog net een tikje indrukwekkender gemaakt. In 1977 wint Malherbe met het Belgische team de eerste van drie Motocross of Nations-titels. Als hij in 1978 overstapt naar de koningsklasse komt alles in een stroomversnelling: André eindigt in zijn debuutjaar in het WK 500cc als zesde en eerste KTM-rijder.

André Malherbe

Maar ook Honda heeft het talent van Malherbe in de smiezen en biedt hem voor 1979 een plekje aan in het fabrieksteam naast Graham Noyce. Het zou het begin zijn van een sprookjeshuwelijk. Na brons in zijn eerste seizoen voor ‘Big Red’ is het raak in 1980 en 1981 raak. In 1984 houdt Malherbe nipt teammaat Dave Thorpe af en pakt hij zijn derde wereldtitel. Dat exploot levert hem de Nationale Trofee voor Sportverdienste op. Vervolgens pakt Malherbe nog twee vicewereldtitels, waarna hij eind 1986 afscheid neemt van het WK MX.

Meer nog dan een piloot die verpletterende statistieken naliet, gaat Malherbe de geschiedenisboeken in als een stylist op en naast de baan. Als een van de eerste Europese rijders besteedde hij aandacht aan zijn imago. Zo zorgt hij in 1980 voor een revolutie door aan te treden in spierwitte racekledij, iets wat absoluut not done was in die tijd. Veel andere baanbrekende uitrustingen zouden volgen.

André Malherbe

Na een succesvol seizoen in de autosport waarin hij de Franse F3000-titel pakt en de 24 Uur van Francorchamps rijdt, begint hij aan een nieuwe uitdaging: als rookie trekt hij met het professionele Sonauto Yamaha-team naar de Dakar. In die mythische woestijnrace slaat het noodlot begin 1988 echter keihard toe, Malherbe komt ten val en raakt zwaar verlamd. Hij is op dat moment amper 31 en heeft enkel nog gevoel in zijn hoofd en nek. Zijn leven heeft dan ook écht aan een zijden draadje gehangen. De revalidatie is loodzwaar, want de ex-topsporter is in de volksmond plots ‘een plant’ geworden en moet werkelijk alles opnieuw leren. Vrienden als Jean-Claude Laquaye en dochter Cassandra blijven hem onvoorwaardelijk steunen. Hoewel pijn en ontbering deel uitmaken van zijn dagelijks leven blijft de levenslustige Malherbe knokken.

André Malherbe

Klagen doet André zelden of nooit, en mettertijd wordt ook het contact met zijn geliefde sport hersteld. Vrienden of journalisten zoals Gerald Wéry (RTBF) nodigen hem af en toe uit voor een GP. Gentleman Malherbe is steeds de minzaamheid zelve en maakt van dichtbij mee hoe er met Clément Desalle eindelijk opnieuw een sterke jonge Waal opstaat in het WK MX, iets wat Malherbe zichtbaar plezier heeft geschonken. André Malherbe, alias De Witte Prins, overleed op 24 november, hij werd 66.

André Malherbe

Tekst Tom Jacobs • Fotografie Gino Maes, Archief