Homologatiespecials zijn zo oud als het WK Superbike zelf. De eerste twee titels staan op naam van de Honda RC30, die het opnam tegen onder meer de Yamaha OW-01, maar die dingen komen al genoeg aan bod. Nee, wij hebben het hier over de motoren die uiterlijk nauwelijks verschilden van de standaardmotoren, maar onderhuids wel. Het soort motoren waarvan enkel de kenners wisten welk vlees er in (of onder) de kuip zat. Deze week: Ducati 999R (2006).

Ducati’s opvolger van de 916/996/998-bloedlijn was een regelrechte en slecht onthaalde stijlbreuk, al moeten wij zeggen dat we de 749/999-stijl met de jaren steeds meer gaan appreciëren. Waar Ducati echter geen stijlbreuk toepaste, was in het bouwen van homologatiespecials.

Ducati 999R

Zo werd de 999R gemaakt met het oog op het Amerikaanse Superbike-kampioenschap, waar strengere regels golden wat betreft het aanpassen van de gehomologeerde motoren. Dus werd de R in het leven geroepen. Naast de gebruikelijke hoogwaardige vering, remmen en wielen, zat het verschil ‘m vooral in het blok.

De boring en slag van 104 x 58,8 mm week danig af van de standaard 100 x 63,5mm, net als de compressie van 12,45:1 (t.o.v. 12,3:1). Ook helemaal nieuw: de cilinderkop met een andere vorm voor de verbrandingskamer, grotere en lichtere titanium kleppen en andere nokkenassen.

Ducati 999R

De grotere, maar lichtere zuigers drijven titanium drijfstangen aan en alles werd aangevuurd door een krachtiger Magneti Marelli ECU en andere injectoren. Dat alles bleek uiteindelijk goed voor drie WSBK-titels, ook al leek het kampioenschap in die tijd meer op een veredelde Ducati-cup.

Ducati 999R