Ik moet tot m’n scha en schande bekennen dat ik The Prodigy nooit live aan het werk heb gezien. Maar ze waren de eerste elektronische band die ik kon smaken. En voorlopig ook zo’n beetje de enige. Firestarter, Breath en Smack my Bitch Up staan steevast op m’n lijst van meest afgespeelde songs. Het was de punk-zijde van The Prodigy die me aantrok. En de wetenschap dat hun frontman Keith Flint een ontzettend gepassioneerde motorrijder was. Ik las ooit een verhaal dat hij samen met Mick Doohan op een FireBlade reed. Daarin stelde hij dat hij of motorracer of pornoster had willen worden, maar dat het dus rockster werd. En ik las dat hij op een stevig niveau in Engeland racete, voor zover de verzekeringsmaatschappij het toeliet dat de zanger/danser van een band die dik 70 miljoen platen verkocht op een circuit verscheen

Zo verscheen hij ook op het circuit van Zolder. Het jaar ben ik even kwijt, maar het was tijdens een manche van de No Budget Cup. Britse collega Michael Neeves van MCN kwam een manche meerijden op onze FZR en had wat vrienden meegebracht. ‘Die ene lijkt wel verdacht veel op Keith Flint,’ dacht ik nog bij mezelf toen ik Michael ging begroeten. Toen hij z’n maten voorstelde, bleek die ene weldegelijk ‘Keith’ te heten. ‘So it is you,’ bracht ik nog schaapachtig uit. Keith was meegereden met Michael op z’n Aprilia Tuono, helemaal vanaf z’n 17de eeuws Britse landhuis dat hij helemaal tot in de puntjes aan het restaureren was, inclusief kasseistenen die hij had gekocht van de stad Liverpool, toen die een 17de eeuwse straat opbraken. Er kon die dag ook vrij gereden worden en daar had hij wel stevig zin in. Maar hij had geen lederen pak bij. Dus stelde ik voor om het mijne uit te lenen. De dankbaarheid en vriendelijkheid die hij daarbij uitte hoorden niet bij z’n imago van geweldenaar op het podium. Maar na enige bedenktijd zag hij toch af van het plan, omdat de verzekeringsmensen ‘mental’ zouden gaan mochten ze erachter komen. Later die dag zou hij ook afzien van koffie en tiramisu, omdat hij dat van z’n therapeut niks meer met cafeïne mocht nuttigen. Het leven van een rockster gaat dezer dagen langs verzekeringsmakelaars en therapeuten… Ik sprak hem doorheen de dag nog een paar keer, waar hij gewillig op de foto ging met wie dat wilde, terwijl hij als een maniak de pitstoproutine inoefende. Ik weet nog dat ik de grap maakte ‘of het een goed idee was dat een ‘firestarter’ de snelvuller met benzine zou hanteren.’ Of hij het oprecht grappig vond, of gewoon beleefd wilde zijn laat ik in het midden, maar hij lachte.

Jaren later zag ik hem nog eens opnieuw, tijdens de de Isle of Man TT van 2015, vlak nadat Ian Hutchinson op de Team Traction Controle Yamaha R6 van Keith Flint’s Team de Supersport race won. Daar lachte hij nog vele malen harder dan op Zolder. Je zou voor minder, als je team net de TT heeft gewonnen. Ik herinnerde hem aan de No Budget Cup in Zolder en het uitlenen van m’n pak. Opnieuw weet ik niet of hij beleefd wilde zijn, of het zich echt herinnerde, maar het leek in elk geval zo. Ik zal me Keith Flint in elk geval herinneren als een ontzettend vriendelijke man en één van de meest gepassioneerde motorrijders die je je kan inbeelden.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website www.zelfmoord1813.be