Het feit dat Lorenzo en Márquez gaan samenhokken bij Honda, is een garantie op praatvoer voor de komende decennia; net zoals de bittere broederstrijd in de F1 tussen Senna en Prost bij McLaren Honda dat ooit was. Maar wie zal de strijd winnen? En zal het spelletje vuil gespeeld worden?

Geschreven door Mat Oxley       Foto’s Gold&Goose

 

Voor Honda is deze situatie allerminst een eerste keer. En dan hebben we het niet over 1989, toen Eddie Lawson de paddock op z’n grondvesten deed daveren door bij zijn bittere rivaal Wayne Gardner in te trekken bij Rothmans Honda – want zij werkten in verschillende garages. Maar wel over het jaar voordien, toen Ayrton Senna Alain Prost vervoegde bij het Formule 1-team McLaren Honda. Jorge Lorenzo komt volgend seizoen samen met Marc Márquez uit voor Repsol Honda, net zoals Senna in 1988 de McLaren Honda-renstal binnen kwam gereden. Márquez is de gevestigde ster bij Honda, net zoals Prost dat drie decennia geleden ook was. Prost en Senna bleven gedurende twee jaar onder hetzelfde dak, waarbij Senna in 1988 meteen de F1-kampioenstitel wist te veroveren voor Prost, die een zomer later alweer wraak kon nemen met een gelijkaardig kunstje. De Fransman en de Braziliaan waren de beste racepiloten van hun generatie, net zoals Márquez en Lorenzo momenteel de twee snelste mannen in het GP-circuit zijn. Samen zijn ze goed voor de laatste zes MotoGP-kroontjes. Zeven in de afgelopen acht jaar zelfs, een hegemonie die enkel doorbroken werd door Casey Stoners titel in 2011.
Het grote vraagstuk blijft uiteraard hoe die rivaliteit gaat uitdraaien in 2019 en 2020. Zal het spel vuil gespeeld worden, zoals bij McLaren Honda in 1988 en 1989? Dertig jaar na datum wordt er nog steeds in superlatieven gesproken over het bitse duel tussen Prost en Senna. En dat hoeft niet te verwonderen: het is met voorsprong het beste duel dat de F1 ooit heeft gebaard.

Senna vs. Prost bij Honda
Zeggen dat de sfeer destijds nogal gespannen was bij McLaren Honda, is een understatement van jewelste. Senna kwam stampvoetend en met getrokken wapens binnengestormd, waarbij hij meermaals de meerdere bleek van zijn oudere ploeggenoot. Die spanning sloeg om in openlijke vijandigheid op Estoril in september 1988, toen Prost al vroeg in de kwalificatie de pole wist binnen te harken en vervolgens zo laconiek als maar kon in jeans en T-shirt ging rondhangen in de pitbox. Kwestie van z’n teamgenoot al van tevoren stevig op te naaien. Senna nam tijdens de race wraak door Prost aan een snelheid van dik 290 km/u ternauwernood in de pitmuur te rammen. >>
Het werd er niet beter op in 1989. Voor de race op Imola hadden de teamgenoten afgesproken dat ze in de eerste ronde hun plaats zouden behouden in de eerste, verraderlijke haarspeldbocht, maar Senna hield zich volgens Prost niet aan z’n woord en knalde Prost alsnog voorbij naar de kop van de race. Volgens Senna was de snelle knik voor de haarspeld, de Tamburello waar hij in 1994 dodelijk zou verongelukken, immers ook een bocht. Twee weken later, in Monaco, had Prost er genoeg van. “Ik wil echt niks meer met die vent te maken hebben”, fulmineerde hij. Hun titelstrijd hield aan tot de allerlaatste race van het seizoen, op Suzuka, waar Senna z’n ploeggenoot maar bleef opjagen tot aan de onvergetelijke climax. “Ik overdrijf niet als ik zeg dat die twee elkaar haten”, commentarieerde voormalig F1-kampioen James Hunt tijdens de race. “De spanning loopt extreem hoog op in beide cockpits. Als je dan aan zulke snelheden moet racen, dan kan je die emoties van haat en antipathie jegens elkaar echt missen als kiespijn. Die zorgen namelijk niet alleen voor veel grotere druk, maar maken hen allebei ook zenuwachtig, waardoor er onvermijdelijk fouten gemaakt zullen worden. Niet het soort spanning dat je als racer wil op zo’n moment.” Profetische woorden, zo blijkt even later, als Senna zoals verwacht probeert om Prost te passeren in de slotfase van de race. Prost gooit de deur brutaal dicht, waarna ze allebei crashen. Senna herstart en wint na een geweldige remonte, maar wordt gediskwalificeerd. Prost wordt kampioen. Gelijkspel.

 

Het sterkste MotoGP-team ooit
De confrontatie tussen Márquez en Lorenzo wordt er hoe dan ook eentje om duimen en vingers bij af te likken, want het GP-racen heeft nooit een sterker team gehad. Bewijs daarvan zijn de laatste zes wereldtitels die de twee samen wisten te behalen. Zelfs Giacomo Agostini en Mike Hailwood hebben nooit zes jaar lang gedomineerd toen ze in de jaren 60 samen uitkwamen voor MV Agusta. Net zomin als het duo Valentino Rossi en Jorge Lorenzo, toen ze broodheer Yamaha deelden. Met andere woorden, dit is de allereerste keer in zeventig jaar Grand Prix-racerij. Sommigen zullen vermoedelijk bezorgd zijn dat de dominantie van Repsol Honda zo extreem zal zijn dat de winnaar al bij voorbaat bekend lijkt, maar dat is een beetje naast de kwestie. Het wordt ongemeen spannend om te zien hoe deze twee grote strategen en hypertalenten zullen strijden om de alleenheerschappij op het circuit, in de pitbox en in de media. Márquez en Lorenzo zijn allebei bloedjesnel. Maar misschien nog belangrijker: daarenboven is gebleken dat ze psychologisch even gepantserd zijn als de gemiddelde tank. Het zijn de enige twee rivalen die Rossi niet heeft kunnen breken. Door de jaren heen is Rossi nochtans onder het vel gekropen van Max Biaggi, Sete Gibernau, Casey Stoner en vele anderen. Maar zijn ‘mind games’ lijken geen effect te hebben op de twee Spanjaarden. Meer nog, de psychologische oorlogsvoering is al meermaals in Rossi’s gezicht ontploft.

Superteam
Het zijn dus allebei uitzonderlijke racetalenten, zowel op als naast het circuit, maar wie zal er het eerst met de ogen knipperen tijdens een staarwedstrijdje in de Repsol pitbox? Márquez tekende in 2013 bij Repsol Honda en werd daar meteen de snelste rijder van de stal. Het team hield Dani Pedrosa gedurende zes jaar aan boord naast Márquez: naar het schijnt om een rustige teamsfeer te behouden, waarin Márquez zich volledig zou kunnen ontplooien. Maar voor 2019 werden de kaarten plots duchtig dooreengeschud. HRC hengelde een nieuwe teambaas binnen: voormalig GP500-winnaar Alberto Puig, die gekend is voor het opleiden van supertalenten zoals Dani Pedrosa, Casey Stoner, Chaz Davies en vele anderen. De 51-jarige Spanjaard heeft nog steeds evenveel racebloed door de aderen stromen als toen hij in 1995 in Jerez de vloer aanveegde met ene Mick Doohan. Dus toen Lorenzo in mei besefte dat Ducati zijn contract niet zou verlengen voor 2019, belde hij Puig. Die wist meteen wat hem te doen stond. In plaats van Lorenzo af te wimpelen en zo Márquez’ nummer 1-status te behouden, beklonk hij zo snel als hij kon een deal met de drievoudige wereldkampioen.
Met enkele telefoontjes had hij het grootste superteam samengesteld dat de motorracerij ooit had gezien. “Een topteam moet kunnen bogen op de allerbeste racepiloten, dat is het belangrijkste”, vindt Puig. “De kans om Jorge vast te leggen diende zich aan, dus hebben we die met beide handen gegrepen. Ik weet niet waar de andere teams met hun gedachten zaten, maar ze waren even niet bij de pinken. Voor Honda is het belangrijk dat we zo goed mogelijke machines prepareren en er vervolgens zo snel mogelijke rijders op neerpoten.”

 

Meer druk voor HRC
HRC-directeur Tetsuhiro Kuwata krijgt de stevige taak om de beide racers te voorzien van een machine die tot in de puntjes is afgestemd op hun individuele rijtechniek. “Het wordt een uitdaging, maar Honda houdt daar wel van”, aldus Kuwata. “Het wordt technisch gezien erg interessant, en het zal bikkelen worden om de machine perfect af te stellen. Maar we doen op die manier onbetaalbare ervaring op, die zowel HRC als Honda enkel sterker kan maken. Ook de rijders krijgen de kans om nóg beter te worden dan ze al zijn.” >>
Terwijl Kuwata en zijn team van ingenieurs zich bezighouden met de ontwikkeling van de motoren, moet Puig ervoor zorgen dat de beide racers tevreden blijven en er vertrouwen in krijgen dat HRC hen exact evenwaardig behandelt. Met andere woorden, hij wordt verantwoordelijk voor het behoud van een rustige sfeer in de garage, ondanks het feit dat de twee snelste motorracers op de planeet zich allebei in dezelfde ruimte bevinden. “Natuurlijk wordt dat niet eenvoudig”, geeft Puig toe. “Racen is ingewikkeld en in de racerij is vijandigheid nooit veraf. Maar als we de gemakkelijke weg zouden kiezen, dan hadden we nooit een team op dit niveau gehad.” De spanning swingt eigenlijk nu al de pan uit, maanden voor de beide heren samen de garage binnenwandelen. De meest recente veldslagen tussen het stel in de MotoGP hebben er alvast een extra schepje intensiteit bovenop gedaan. Neem nu de eerste bocht tijdens de GP van Aragon waar Márquez, Lorenzo inhaalt en die laatste meteen valt. “Marc deed me vallen, en hij weet het”, flapte Lorenzo er toen uit. “Niet wat een gentleman zou doen… Maar misschien moet ik maar net hetzelfde met hem gaan doen.” Wij zouden Puig aanraden om even een babbeltje te slaan met voormalig McLaren-teamcoördinator Jo Ramirez, die destijds de onmogelijke taak had om Prost en Senna uit elkaars haren te houden.

Onnozele mopjes
“Ayrton en Alain waren de twee besten van de wereld”, herinnert Ramirez zich. “Toen Senna naar McLaren kwam was Prost onze nummer 1, dus dat was meteen een uitdaging voor Senna: hij wilde hem koste wat het kost verslaan. Zowel tijdens testen als races keek Senna naar Prost. Wat doet hij? Welke achtervleugel heeft hij gemonteerd? Welke voorvleugel? Hij wou hem zo hard verslaan… Toen de sfeer tussen hen grimmiger werd, probeerde ik de boel te ontdooien met onnozele mopjes. In het begin was er groot respect tussen de beiden, maar dat verwaterde al snel en de sfeer zakte al gauw onder het vriespunt.”

Het wordt hoe dan ook een opgave voor Puig om beide racers gelukkig te houden, zowel over hun motoren als over elkaar. Racen is een heftige discipline en hoe hard Márquez en Lorenzo ook zullen proberen om de vrede te bewaren, hun wil om te winnen en vooral niet van elkaar te verliezen, belooft de nodige wrevel op te leveren.
In theorie begint Lorenzo met een achterstand, aangezien hij voor het eerst op de Honda rijdt, terwijl Márquez al aan zijn zevende seizoen op de RC213V toe is. Maar laten we Lorenzo vooral niet onderschatten: eind 2016 vertrok hij bij Yamaha om naar Ducati te gaan, net zoals Rossi het hem zes jaar eerder had voorgedaan. De start van een resem ontgoochelende weekends aan boord van de Desmosedici, tot hij ‘m uiteindelijk zijn wil wist op te leggen tijdens de GP van Italië in juni – nota bene zijn 24ste race op de Ducati. Hij won vervolgens zowel op Mugello, Catalunya als op de Red Bull Ring. Niet enkel dat, maar hij tekende ook zijn contract met Honda in het weekend dat hij zijn eerste MotoGP-winst behaalde op de Ducati, om zich te kunnen meten met mogelijks de meest getalenteerde motorracer ooit. Dat, dames en heren, is de definitie van iemand die niet bang is om een uitdaging aan te nemen.

 

Flink stel hersenen
“Het belangrijkste in de racerij is een flink stel hersenen. Die van mij werken nog steeds heel goed, en zullen dat de komende jaren ook nog heel goed blijven doen”, stelde Lorenzo. “Ik weet niet hoe lang ik erover ga doen om competitief te worden en een eerste overwinning te behalen op mijn nieuwe motor, maar het zit eraan te komen. Ik durf te stellen dat de Ducati een erg complete motor is geworden, nu ik het team heb geholpen om de zwakke punten te ontdekken en bij te stellen. En ik ga mijn toekomstige team op dezelfde manier helpen om mijn volgende motor ook te verbeteren.”
Márquez verslikte zich net niet in zijn paella toen hij hoorde over Lorenzo’s deal met Repsol. Maar hij is psychologisch zo onwrikbaar – tot nu toe, dan toch – dat hij meteen de positieve kanten van Lorenzo’s komst belichtte, eerder dan de negatieve. Zo gaf Márquez al te kennen dat hij uitkijkt naar de komst van z’n landgenoot om zijn data te kunnen analyseren, en hij gelooft dat diens komst er ook voor zal zorgen dat de RC213V een nog betere motor wordt. Niet onbelangrijk, gezien de grote stappen voorwaarts die Ducati onlangs heeft gemaakt. Ironisch genoeg gedeeltelijk door toedoen van diezelfde Lorenzo…
“Jorge zal een sterke teammaat zijn en daar kan Honda van profiteren”, zei Márquez. “Als een andere racer zich bij je renstal voegt, dan kan je jouw eigen rijstijl gaan vergelijken met de nieuwkomer, en kijken welke manier het best bij de machine past. Ik rijd bijvoorbeeld erg agressief, terwijl Jorge echt onwaarschijnlijk vloeiend rijdt. Cal Crutchlow leunt qua stijl dicht aan tegen die van mij, dus wordt het interessant om te zien hoe de Honda zich op een andere manier laat mennen. Als je daarbij de data van je ploeggenoot kan uitlezen en interpreteren, dan weet je sneller waar het beter en anders kan.” Ook HRC-rijder Crutchlow probeert de positieve kanten te zien. “Sinds Marc in 2013 de overstap maakte naar de MotoGP, is er geen enkele toppiloot meer naar Honda gekomen”, stelt de Brit.
“Het wordt interessant om samen te werken met iemand die zowel de Yamaha als de Ducati al onder z’n billen heeft gehad.” Weinigen twijfelen evenwel aan Lorenzo’s vermogen om te winnen op de RC213V, want als je je kan aanpassen van Yamaha’s YZR-M1 naar Ducati’s Desmosedici, dan kan je je aan alles aanpassen.

 

Hoe zal het Lorenzo vergaan op de Honda?
Lorenzo zelf denkt al een goede inschatting te kunnen maken van hoe de Honda moet aanvoelen. Op de vooravond van de Oostenrijkse GP in augustus, werd aan Lorenzo en een rist andere toprijders gevraagd om hun ideale racecircuit tekenen tijdens een persconferentie. Lorenzo tekende er meteen twee: eentje voor dit jaar en eentje voor volgend jaar. Het exemplaar voor 2018 was een vierkant met vier rechte hoeken. Dat van 2019 was een driftig krullend exemplaar, zonder al te veel rechte stukken.
“Dit jaar verkies ik een circuit waar je hard kan optrekken en hard moet remmen”, grimlachte hij. “Voor volgend jaar wil ik het tegenovergestelde: bochten, bochten en nog eens bochten!” Om maar te stellen dat Lorenzo vermoedt dat de Honda beter zal insturen dan zijn huidige Ducati, een statement dat snel tegen hem gebruikt werd door Márquez en Crutchlow. “Ik zei Jorge dat de Honda op sommige stukken van zijn circuit niet zal werken”, grijnsde Márquez. “Als je goed wil sturen in lange bochten, dan kan je maar beter een Yamaha kiezen.” Crutchlow deed er nog een schepje bovenop. “Jorge zit op ramkoers voor de schok van z’n leven, hij leeft in een droomwereld!” stelde de drievoudige GP-winnaar. “Ik zei hem dat hij maar beter een beetje meer aan zijn biceps kan werken, hij zal ‘t nodig hebben. Hij heeft momenteel de best sturende motor op de startgrid, dus moet hij dringend even op de thee bij Marc en Dani om hen te vragen hoe lastig je die Honda de hoek om krijgt. Hij droomt. Maar hé, dat merkt hij volgend jaar snel genoeg…”

Márquez werd al eerder verslagen door Lorenzo en zijn Ducati, en kijkt bijgevolg uit naar een andere strijd in 2019 en 2020: “Volgend jaar strijden Jorge en ik met identieke wapens, dus is er geen excuus meer mogelijk. Het wordt fantastisch. Een goede zet van Honda overigens: door een racer binnen te halen die op onze machine ongetwijfeld kan winnen, zorgen ze ervoor dat hij zeker niet op een andere motor kan winnen. Het wordt interessant om hem op een Honda te zien, waarop hij zeker snel zal zijn.” De handschoen is geworpen.