Wie houdt er niet van een prachtig stukje natuur? Dat dachten we al, en daarom stelden we een rondrit samen die van Natuurpark Haut-Pays naar het bos van Mormal in Frankrijk leidt. En omdat je niet kunt leven van frisse lucht alleen, hebben we
onderweg ook nog gezorgd voor bier en kaas.

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans Foto’s Thierry Dricot

De Nimystraat in Bergen, die ons naar het vertrekpunt op de Grote Markt leidt, is op zich al de moeite waard. Je passeert er namelijk de ‘Passenger’, een gigantisch kunstwerk van Arne Quinze. Na de installatie in 2015 kende het werk een paar stabiliteitsprobleempjes (lees: het kukelde gewoon omver), maar die zijn intussen opgelost dus je kunt er met een gerust hart langsrijden. We verlaten de hoofdstad van Henegouwen met het stuur zuidwaarts gericht. De eerste kilometers gaan nog over de N6 door de buitenwijken van de stad, daarna gaan we de N543 op richting Genly. Nadat we de Ciply gepasseerd zijn – waar elk jaar de sympathieke trial op de Mont Panisel georganiseerd wordt – kunnen we eindelijk de bebouwing achter ons laten en eist het natuurschoon alle aandacht op, want hier rijden we het Natuurpark Hauts-Pays in.


En niet alleen het uitzicht is mooi, de bochten zijn dat ook. Via baantjes die steeds nauwer en kronkeliger worden, laten we de oude douanepost (nu een woonhuis) achter ons en duiken we de vallei van de Grande Honnelle in voordat we richting Roisin gaan. Het eerste wat we daar tegenkomen is de Caillou-qui-Bique, een eigenaardige, 20 meter hoge rots in het bos van Angre in Roisin. Het is in deze opmerkelijke omgeving dat de bekende Belgische dichter Émile Verhaeren (1855-1916) vanaf 1898 jarenlang een buitenhuisje betrok. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hier een museum aan de man gewijd is. We zijn hier vlakbij de grens, en langs Bry en Eth rijden we Frankrijk binnen. Waar we al meteen op Jeanlain stuiten, waar sinds 1922 het gelijknamige bier wordt gebrouwen in de Brasserie Duyck. Van hieruit is het nog maar enkele kilometers naar de westelijke rand van het bos van Mormal. Dat wordt aan deze kant afgezoomd door de Chaussée Brunehault – een van de vele door de Romeinen aangelegde heerwegen, die vandaag de dag gewoon ‘D932’ heet.


Bepaalde wegen die doorheen het bos van Mormal kronkelen zijn open voor gemotoriseerd verkeer, ook motorfietsen. Toch hou je de pols op de lange rechte stukken maar beter in bedwang: de Franse politie ligt vaak op de loer, en bovendien durft er weleens loslopend wild voor je wielen springen. We richten de steven dan ook al gauw naar de snelle bochten die de D233 te bieden heeft, om zo het uit de kluiten gewassen dorp Maroilles binnen te rijden. Je kunt het niet missen, de kaasdampen komen je hier namelijk nogal heftig tegemoet. Je vindt hier talloze restaurantjes waar je de beroemde plaatselijke lekkernij kunt proeven, maar ook hier willen we je even waarschuwen: het is bijzonder sterke kaas, die je beter met kleine hapjes degusteert. Vlak na Maroilles worden we getrakteerd op een zacht glooiend landschap en fijn bochtenwerk. Nadat we eerst een tijdje oostwaarts rijden, gaat het even verderop naar het noordoosten richting Saint-Aubin. De laatste kilometers van de route leiden ons langs het Natuurpark Avesnois, om via Leugnies opnieuw ons eigen landje in te duiken. Een paar fikse halen aan het gas later staan we in het centrum van Beaumont, het eindpunt van deze route.