De kranten stonden er de voorbije dagen vol van: vanaf 2026 zullen nieuwe bedrijfswagens enkel nog aftrekbaar zijn als ze emissievrij zijn. Elektrisch, dus. Waar helaas bijna nergens iets over te lezen viel, is dat er in het kader van de vergroening van bedrijfswagens ook gevolgen zijn voor motoren. En niet de minste. Ook die zullen volgens de laatste berichten vanaf 2026 namelijk elektrisch moeten zijn om volledig aftrekbaar te zijn. De fiscale aftrekbaarheid voor zowel de motor als de bijhorende uitrusting (motorkledij, helm…) zal voor niet-elektrische motoren vanaf dan namelijk teruggebracht worden van 100 % naar 50 %.

Let wel, dan hebben we het over bedrijfsmotoren, dus motoren die aangekocht werden door een vennootschap. Dat is voor alle duidelijkheid niet hetzelfde als jouw persoonlijke motor die je als beroepskost kan inbrengen in je personenbelasting. Zoals we onlangs nog uit de doeken deden in een reportage over de aftrek van beroepskosten in tijden van corona (in het aprilnummer van Motorrijder) is op dit ogenblik niet alleen de motor zelf voor 100 % aftrekbaar, maar ook je volledige motoruitrusting (helm, jas, handschoenen…) en daarnaast ook de BIV, de verkeersbelasting, verzekering, pechverhelping, onderhoud en herstellingen, intresten op je financiering, benzinekosten, huur van een garage…

Hoewel een bedrijfsmotor en de privémotor die je inbrengt dus wel degelijk twee compleet verschillende zaken zijn, zit daar ook een ‘maar’ aan. Want de personenbelasting mag dan wel een heel ander wetboek zijn dan dat van de vennootschappen, feit is wel dat die regels doorgaans consequent zijn: 100 % aftrekbaar aan de ene kant (vennootschap) was altijd ook 100 % aftrekbaar aan de andere kant (personenbelasting). Dus 50 % wordt dan ook…? Wij zien daar in de verte redelijk onheilspellende wolken opdoemen…

Het fileprobleem

Maar wacht eens even, was de motor geen oplossing voor het fileprobleem? Daar heeft de minister zo zijn eigen idee over: “We moeten vermijden dat werkgevers de nieuwe regels omzeilen door de bedrijfswagen te vervangen door bijvoorbeeld een bedrijfsmotorfiets”, aldus minister Van Peteghem onlangs in De Standaard. Vandaar dus de beperkte aftrekbaarheid van een niet-elektrische motor. U kunt zich de gigantische collectieve facepalm hier ten kantore amper voorstellen. Nu goed, de bedoeling is om het wagenpark te vergroenen, en dan past een motorfiets-met-verbrandingsmotor niet in het plaatje. In een artikel in De Tijd waarschuwt Michel Martens, het hoofd van de studiedienst van de autosectorfederatie Febiac, echter voor de gevolgen: “Als de motor fiscaal minder aantrekkelijk wordt, dreigt dat motorrijders terug de auto in te jagen en de filedruk weer te verhogen.”

Hallo, minister Van Peteghem?

Omdat ook wij toch wel wat vragen hebben, belden we naar de woordvoerder van minister Van Peteghem. Ten eerste om duidelijkheid te krijgen over wat er nu precies in het akkoord werd opgenomen betreffende motoren. Blijft een elektrische bedrijfsmotorfiets inderdaad voor 100 % aftrekbaar, inclusief kledij etc? En klopt het dat ook kledij en toebehoren bij een niet-elektrische motorfiets slechts voor 50 % aftrekbaar zullen zijn? En waarom dan, want voor zover we weten zijn zaken als een helm en laarzen emissievrij – flauwe dad jokes over onaangename geuren laten we geheel voor uw rekening. En uiteraard willen we ook weten of er al iets bekend is over de gevolgen voor wie zijn niet-bedrijfsmotor inbrengt via de personenbelasting. Alleen blijkt de woordvoerder van de minister een drukbezette dame, want tot nog toe blijven onze telefoontjes onbeantwoord. Wordt vervolgd…

Om af te sluiten nog één kleine nuance: de nieuwe regeling is nog steeds slechts ‘een akkoord’ dat bereikt werd door het kernkabinet. Kort door de bocht gaat het dus nog steeds over standpunten die nu in een wetsontwerp gegoten zullen worden. In principe kan het dus nog alle kanten uit … al ziet het er op dit moment niet naar uit dat het de goeie kant is.