In deze rubriek proberen we een paar hardnekkige motormythes te bevestigen, dan wel ontkrachten. Dood aan de indianenverhalen, het fake news en klinkklare onzin. De waarheid, niets dan de waarheid.

Met de deur in huis: Onzin! Althans, voor zover het een straatmotor betreft. Gaan we richting het circuit, dan is de motor opwarmen meestal een must, maar soms gewoon ook noodzaak. Even wat uitleg. Dat je met een koude motor een beetje moet uitkijken, is parate kennis onder het gilde der verstandige motorrijders. Dat vertaalt zich bij de meeste rijders in het vroeg schakelen en bewust niet te hoge toeren draaien. Het zijn echter niet de toeren die onder controle gehouden moeten worden, maar wel de belasting. Met andere woorden: de hoeveelheid gas is belangrijker dan het toerental, en het is dan ook veel schadelijker om bij lage toeren veel gas te geven en de motor dus zwaar te belasten, dan om hem wat meer toeren te laten draaien en de motor met het gashendel te ‘volgen’ zoals dat zo netjes heet.

De reden hiervan is tweeledig: ten eerste is koude olie ook relatief dikke olie. Zelfs bij
de huidige high-end multigrade oliën zit er nog altijd een serieus verschil in de viscositeit tussen olie op omgevingstemperatuur en olie op bedrijfstemperatuur. Waar die multigrade-toestanden dan eigenlijk goed voor zijn, vraagt u? Nou, om ervoor te zorgen dat gedurende het volledige temperatuur- bereik van de olie deze een zo constant mogelijke viscositeit heeft. En dan spreken we over alles tussen de 60 en 160 graden. Maar… wat daaronder ligt, wordt niet als bedrijfstemperatuur gezien en daar wordt olie dus niet voor geoptimaliseerd. Dikke olie betekent dat deze minder gemakkelijk door de (vaak kleine) kanalen stroomt. Als de olie onder belasting tussen pakweg de lager- schalen van de krukas weggedrukt wordt, dan is de aanvoer van verse olie niet echt verzekerd. Vandaar dus de noodzaak om de belasting te beperken.

SPELING

Een tweede reden waarom in de racerij het opwarmen van de motor een noodzaak is,
zit ‘m in de mechanische toleranties in het motorblok. Zeker een getuned blok is opgebouwd met heel precieze spelingen die weer geoptimaliseerd zijn voor de bedrijfstemperatuur van het blok. Pakweg 85 graden dus. Is de motor kouder, dan zijn de spelingen niet optimaal. Soms zijn ze kleiner, soms groter, afhankelijk van het materiaal waaruit de bewegende delen gemaakt zijn. Te kleine spelingen kunnen ervoor zorgen dat de olie film verbroken wordt en er metaal-op-metaalcontact ontstaat met mechanische slijtage tot gevolg. Een te grote speling kan er dan weer voor zorgen dat de olie film gewoon wegloopt, dan wel dat onderdelen gaan kantelen ten opzichte van elkaar (zuigers in de cilinders bijvoorbeeld) met alweer mechanische slijtage tot gevolg. Nu is het zo dat de toleranties en materiaalkeuzes in de doorde- weekse motoren niet van dien aard zijn dat er echt problemen te verwachten zijn, maar
in de Formule1 en nogal wat andere auto-kampioenschappen is er reglementair zoveel vrijheid wat tunen betreft, dat er met extreme toleranties en materialen gewerkt wordt. In die gevallen worden niet alleen het water en de olie elektrische voorverwarmd, maar zelfs het volledige motorblok. Dat gebeurt door het koelwater en veelal zelfs de olie om te leiden via een externe verwarming om zo het hele blok op temperatuur te brengen. Pas als dat op een bepaalde toegelaten minimumtemperatuur (tussen de 60 en 80 graden) gebracht is, wordt zo’n motorblok effectief gestart. In de meest extreme gevallen zou het motorblok bij een lagere temperatuur zelfs niet eens ronddraaien omdat de spelingen te klein zijn.

STRAAT VS. CIRCUIT

Wat de openingsstelling betreft, dat het beter is om een motor even stationair te laten warmdraaien voor je vertrekt, is het antwoord: het kan geen kwaad om het te doen, maar het is zeker niet nodig. Daarbij zal je motorblok ook echt wel sneller opwarmen door ermee te rijden: op die manier draaien versnellingsbak, koppeling en de rest van de delen mee, waardoor alles sneller opwarmt. En zo kan je je blok netjes op temperatuur brengen voordat je er voluit mee over de wegen dendert.

Ga je het circuit op, dan is dat rustig warmrijden niet echt een optie. Warmdraaien is dan de boodschap, al zit de truc er dan in verscholen om dat in twee keer te doen. Het blok even laten warmdraaien tot het water warm is, is namelijk niet voldoende. De slijtageproblematiek situeert zich immers eerder bij de olie dan bij het water. Is het water warm, dan moet je het blok natuurlijk uitzetten om het niet te oververhitten. Door dan de warmte van het water wat in het blok te laten trekken en na een kwartier tot een halfuur opnieuw op te warmen, zorg je ervoor dat ook de olie, de koppeling en de versnellingsbak een minimum aan temperatuur hebben. Laat je motor dus even warmlopen voordat je je pak aantrekt, en erna nog eens voordat je vertrekt.

Last but not least is er de vraag of je het beste het blok gewoon stationair laat draaien, dan wel wat op en neer laat gaan in de toeren. Als je zeker bent dat je bij stationair draaien voldoende oliedruk hebt en je dynamo genoeg bijlaadt, dan is stationair laten draaien perfect. Is dat niet het geval, of ben je er niet zeker van, dan kun je beter toch wat met het gas spelen tijdens het opwarmen…