Tussen Eupen en het Duitse Monschau ligt nauwelijks 20 km afstand. Maar omdat de streek nu eenmaal om een ommetje vraagt, deden we er tien keer zo lang over.

Geschreven door Philippe Bonamis, Pieter Ryckaert      Foto’s Jonathan Godin

De Eifel blijft als verlengstuk van onze Ardennen een van de populairste motorbestemmingen voor Belgische motards. In deze route gaan we de noordelijke Eifel verkennen via z’n bochtigste wegen en door dichte bossen. En pittoreske dorpen, waarbij we het Ruhrgebied mijden als de pest. Een belangrijke opmerking daarbij is dat er in Duitsland op de secundaire wegen nog een zekere tolerantie naar snelheid bestaat, maar dat er in de dorpen begrijpelijk wel streng wordt toegezien op snelheidslimieten.


Weet daarbij ook dat de Duitse politie weinig begrip heeft voor wie bij het stoplicht aan de kop van een file gaat staan, zeker als je ook nog eens een witte lijn negeert. Ordnung muss sein, nietwaar? Goed, maar zover zijn we nog niet, staand op de Marktplatz van Eupen die al wel erg Duits aandoet. Het startpunt ligt bij de St.-Nikolaus-Kirche, bij de gebouwen van GrenzEcho, het enige Duitstalige dagblad van België. Eupen verlaten vraagt wat oefening, daar er heel wat eenrichtingswegen en Baustellen zijn waar je nog eens extra wordt rondgeleid, maar de regel is dat je richting Monschau rijdt. We gaan meteen aan de slag op de N67, die er zo slecht bijligt dat hij de bijnaam ‘Highway to Hell’ verdient. Bij Mützenich gaan we de grens over en meteen dient zich beter asfalt en de eerste haarspeldbocht aan.


We rijden richting Simmerath via een aangename, maar ietwat drukke weg. Eens Simmerath voorbij droogt het verkeer op, waarbij we enkel nog worden opgehouden door een paar frustrerend trage tractoren. We komen in de buurt van de Rursee.


De wegen die dit meer omzomen zijn een droom voor motorrijders, zowel qua bochten als qua panorama. Weet wel dat er veel wegen hier intussen verboden zijn voor motoren op weekend- en feestdagen omdat de overrompeling totaal was. Onze route, volkomen legaal op weekenddagen trouwens, leidt dan naar Nideggen, een leuke middeleeuwse stad met alles erop en eraan. We volgen vanaf hier de Rurtalbahn-spoorweg tot Heimbach, met z’n prachtige burcht.


Via een oplopende, bochtige weg rijden we richting de Abtei Mariawald. Honderden bochten later komen we aan in het omwalde  Bad Münstereifel. Via Schönau en een opnieuw erg gevarieerde weg, duiken we de Ahrvallei in. Via Wershofen, Hümmel en Tondorf komen we uit op de B51 richting Blankenheim, een aangenaam stadje met een opnieuw obligaat kasteel. Via de B258, die Aachen met Koblenz verbindt via de Nürburgring en de nodige aandacht vraagt wegens een paar verraderlijke bochten, rijden we verder. Een paar Nederlandse motorrijders schijnen zich niet te storen aan hun hoge snelheid en razen vol door een dorp. Net het soort gedrag dat hier niet getolereerd wordt. Bij Schleiden verlaten we de weg richting Gemünd en Einruhr waar we het meest zuidelijke punt van de Rursee bereiken. Bij Dedenborn achten we het welletjes geweest, waar we de verleiding van ein Grossen weerstaan en voor een Apfelschorle gaan.