We kennen het allemaal: kettingvet dat zich lekker laat rondslingeren en overal aan plakt, van het wiel tot de onderkant van je broek. De grootste vuiligheid die er bestaat, maar in het algemeen wordt gewoon aanvaard dat het erbij hoort, als een noodzakelijk kwaad. Maar is dat wel zo?

Geschreven door Steven Casaer                                  Foto DC-Afam

Het was een rallyrijder die de knuppel in het redactionele hoenderhok gooide met de stelling dat een O-ring ketting geen smering nodig zou hebben, en je dus ineens van het hele vettige gebeuren af bent als je maar een beetje meer investeert in je ketting door een versie met rubberen ringetjes te kopen. En het moet gezegd dat ondergetekende elke nieuwe ketting eerst uitgebreid wast en ontvet voor deze te monteren, om op die manier het rondslingerend vettige goedje tot een minimum te beperken. Overigens: waar sommigen zweren bij continu druipende Scottoilers of andere schuimende spuitbussen met urenlange inweektijden, beperken wij dergelijke smeerboelerij tot een minimum. Dus in eerste instantie zou het er kunnen op lijken dat we de zandhaas wellicht gelijk geven in zijn stelling.

Maar helaas, is er een maar. Of liever: zijn er een paar ‘maren’. Een O-ring ketting heeft inderdaad het voordeel ten opzichte van een klassieke ketting dat het smeervet dat binnenin de schakels zit daar ook goed ingehouden wordt, waardoor de noodzaak wegvalt om de intern bewegende delen van de schakels te smeren. Daar komt bij: de O-ringen houden niet alleen het aanwezige vet binnen, ze houden ook nog eens het eventueel nadien aangebrachte vet evengoed buiten. Met andere woorden: de interne delen van je ketting kán je zelfs niet bijsmeren. Maar helaas is er meer aan de hand. De ketting komt natuurlijk ook permanent in contact met de tandwielen. En daar wringt (!) het schoentje al: waar een nieuw tandwiel vrijwel perfect op de afmetingen van de bijhorende ketting gemaakt is en er dus amper onderlinge beweging te noteren is, kan dat bij een iets uitgerekte ketting in combinatie met een wat versleten tandwiel heel anders zijn. Dan treedt er een hoop wrijving op, die je toch net dat ietsje beter in de hand kan houden met behulp van wat smeermiddel. Anderzijds is het dan weer zo dat dat vettige smeermiddel niet alleen plakt aan de ketting zelf, maar ook nog eens al de vuiligheid vasthoudt, wat op zijn beurt weer slijtage in de hand werkt. Zeker als het over harde deeltjes gaat, zoals zand. Alleen al daarom wordt er in zanderige omgevingen haast nooit kettingvet gebruikt. Vandaar ook de rallyman zijn (vanuit zijn leefwereld terechte) overtuiging.

Anderzijds geldt dan weer het argument dat in natte omstandigheden je ketting wat roestvorming kan vertonen, wat je natuurlijk ook weer niet wilt. Enduristen zweren dus meestal bij voldoende kettingvet: het weert water en voorkomt roest.

En dus is de mythe maar half te ontkrachten: een O-ring ketting heeft inderdaad geen kettingvet nodig voor de interne huishouding, maar afhankelijk van het gebruik en de gebruiksomstandigheden kan een likje vet op z’n tijd geen kwaad, net zoals het aan te raden is om je ketting regelmatig grondig schoon te maken en te ontdoen van plakkend vuil. Of je moet er zodanig veel smeermiddel op laten druppelen met je Scottoiler dat het vuil er gewoon gelijktijdig vanaf loopt… En voor wie allergisch is voor vuil of kettingvet is er tenslotte ook de mogelijkheid om gewoon de ketting lekker snel te vervangen, nog voordat het ding begint te roesten of te ver kan uitrekken… Of zoals de halve wereld een BMW kopen, met cardan.