Perfect asfalt, heerlijke bochtjes en prachtige vergezichten: meer aansporing hebben we niet nodig om nog een keertje richting Luxemburg te trekken. Omdat toeren zoveel leuker is als je ook wat van de omgeving ziet, kiezen we dit keer voor een MZ 250 ETS Trophy Sport uit 1971. De 19 pk sterke tweetakt met vierversnellingsbak loopt het lekkerst bij een kruissnelheid van 90 à 100 km uur, en dankzij de grote tank (22 liter) hoeven we niet eens een tankstop in te lassen. Nostalgisch toeren, heerlijk toch!

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans Foto’s Mathieu Pecheur

Vertrekken doen we in Malmedy, en al van bij de eerste meters krijgen we fijn bochtenwerk voorgeschoteld. We kronkelen naar het dak van België over de N681 die al meteen een paar flinke haarspelden serveert. We staan al snel aan het stuwmeer van Robertville, waar op de weg bovenop de waterkering alternerend verkeer geldt, dus het
stoplicht moet je erbij nemen.


Liefhebbers van oude stenen kunnen even verderop te voet verder naar het kasteel van Reinhardstein, dat dateert uit de 17de eeuw en prachtig gerestaureerd is. We gaan verder richting Sourbrodt, om via Bosfange langs de westelijke ingang van Kamp Elsenborn te passeren, waar nog steeds militaire oefeningen plaatsvinden. Aangekomen in Kalterherberg, bevinden we ons op Duitse bodem. Leuk dorpje, maar de roep van het Teutoonse asfalt klinkt luider en al helemaal omdat de weg richting Monschau bezaaid ligt met weelderig bochtenwerk. Voorbij Monschau – dat we links laten liggen wegens veel te toeristisch, zeker in dit seizoen – komen we op de fameuze 258: de as die Aachen met de Nürburgring verbindt. De 258 is dé klassieker onder de wegen die door het Eifelmassief kronkelen. Het asfalt is onberispelijk en nodigt uit om het gas open te draaien, maar kijk toch maar uit want hier durft weleens vanuit het niets een hert voor je wielen opduiken. Door de bossen gaat het opnieuw richting België, over de weg die naar Rocherath leidt.


We doorkruisen de zogenaamde veiligheidszone van Kamp Elsenborn, waar een bord langs de kant van de weg de sluitingsuren aangeeft. Zoals gezegd worden hier nog steeds militaire oefeningen gehouden, dus je kijkt voor het vertrek het best even op de website van de gemeente Büllingen om te weten of je wel kunt passeren. Wat volgt zijn kleine baantjes die langs Mürringen en Hünningen lopen. Verlaten en bochtig, zo hebben we het graag met een oude motor als deze – ook al zijn de remmen die naam niet waardig en kunnen ze in het beste geval als ‘vertragers’ omschreven worden. In Andler duiken we de vallei van de Our in, vanwaar het richting Sankt-Vith gaat en de weg de meanderende loop van de rivier volgt. Het idyllische landschap wordt ter hoogte van Steinebrück abrupt onderbroken door het vreselijke snelwegviaduct, dat we gelukkig snel weer achter ons kunnen laten. We sturen zuidwaarts richting Burg-Reuland, het gaat heerlijk op en neer en in Reuland loont het de moeite om even te stoppen bij de burcht. Vanop de hoogste toren krijg je een adembenemend uitzicht over de vallei van de Ulf gepresenteerd.


Even verderop ligt Ouren letterlijk geprangd tussen het groothertogdom Luxemburg en Duitsland. Ouren is bekend om het zogenaamde drielandenpunt, waar België, Duitsland en Luxemburg elkaar raken. Als het je ding is kun je er even stoppen, maar wij kiezen toch voor de Lancaster Memorial. Van hieruit is het nog enkele kilometers tot het eindpunt van de route, Weiswampach. Weinig te beleven daar, tenzij je van tankstations houdt die vriendenprijsjes hanteren.