Deze uitwas van het Belgische grondgebied tussen de Franse Ardennen en het natuurpark van Avesnois strekt zich uit over de provincies Henegouwen en (een klein stukje) Namen. Maar het is bovenal een fijn stuurhoekje waar je met de motor langs en doorheen velden en bossen kan dwalen.

Geschreven door Philippe Bonamis, Sarah Van de Mosselaer      Foto’s Jonathan Godin

Vertrekken doen we op de Place Général Piron in Couvin, een bekend plekje onder motorrijders – al beperken de meesten zich tot de terrasjes op het plein in plaats van de omliggende wegen te verkennen. En daarmee hebben ze ongelijk, want al vanaf de eerste kilometers duik je prachtige bossen in die zich uitstrekken tot aan Brûly op de Franse grens. Eerste bezienswaardigheid op de weg is het stuwmeer van de Ry de Rome, en dat in een landschap dat een beetje aan de Vogezen doet denken. Van hieruit is het niet ver meer naar Rocroi.

Het moderne stadsdeel is het vermelden niet waard, maar de historische kern van deze voormalige vestingstad is wel de moeite. Vervolgens gaat het richting Laon, over de D877. De lange rechte stukken doorheen de bossen nodigen je uit om het gas flink open te zetten, maar doe toch maar niet: het is hier oppassen geblazen voor overstekend wild.

Gelukkig heeft de D877 ook een heleboel bochten in de aanbieding, net als prima asfalt trouwens. Wat wil je nog meer? Enkele dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, misschien? U vraagt, wij draaien: Eteignières, Auvillers-les-Forges, Rumigny, … Mis in dat laatste dorp vooral dat elegante kasteel aan de linkerkant niet. Vlak nadat je via deze route het departement Aisne binnenrijdt, doorkruis je Aubenton. Is het net lunchtijd dan heb je geluk, want op het (hopelijk) zonovergoten terras van La Table de Maya kan je heerlijk eten. Van hieruit leidt de route je over verkeersarme wegen richting het noorden en de Belgische grens.


Hou je van picknicken, vergeet dan het restaurant in Aubenton en rijd door tot bij de bakker op het pleintje in Signy-le-Petit. Eens terug op Belgisch grondgebied – via kronkelende wegen – gaat het lijnrecht richting de Abdij van Scourmont, wereldberoemd om de Chimay die hier gebrouwen wordt. In tegenstelling tot wat je zou denken, is de abdij relatief jong: ze werd gebouwd in 1850. Pas in 1956 werd het eerste bier er gebrouwen, dat later de blauwe Chimay zou worden. Iets verderop, in Baileux, wordt de Chimay-kaas gefabriceerd en hier wordt het bier ook gebotteld. Voor motorrijders is Chimay natuurlijk niet alleen synoniem voor bier, maar ook voor het legendarische stratencircuit dat in 2016 zijn 90-jarige bestaan vierde. Via Salles, Macon en Momignies gaat het verder naar Ohain, waar de route het natuurpark Avesnois induikt en je via eindeloze bochten naar de oevers van het meer van Val Joly leidt. Bijzonder druk in de zomer, je bent gewaarschuwd…



Het kronkelt verder langs de Frans-Belgische grens – mooie landschappen, maar verder valt er weinig te beleven tot aan de laatste bezienswaardigheid, het Douanemuseum in Hestrud. De gps-track loopt door tot in Beaumont, maar je kunt de toerroute ook in Hestrud beëindigen. Hangt er maar vanaf vanuit welk eindpunt je het makkelijkst weer huiswaarts kan keren.