Die laatste restjes winterstijfheid uit je motorkleren schudden? Dat kan met dit opwarmertje. Deze route flirt met de uitlopers van de Ardennen voordat we de Condroz induiken, om te eindigen tussen Hoei en Ouffet. Het golvende landschap van de Condroz strekt zich uit tussen de provincies Luik en Namen en is een soort van overgangszone tussen de vlaktes van Haspengouw en de ruwe Ardennen. De regio wordt gekenmerkt door een heel eigen identiteit en dito landschap, denk maar aan de uitgestrekte valleien en de talloze grote en kleinere kastelen.

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans Foto’s Thierry Dricot

In Esneux figureren de oevers van de Ourthe als vertrekpunt. Naar onze smaak een tikje te toeristisch in volle seizoen, maar op dit ogenblik nog best doenbaar qua drukte. Ook wij doen het de eerste kilometers rustig aan, terwijl we de meanderende Ourthe volgen en langs de steengroeves van Poulseur passeren. Even verderop verlaten we kort de vallei, richting Sprimont. Via wegen die alsmaar nauwer en bochtiger worden, rijden we via Presseux, Fraiture en Rivage door naar Comblain-au-Pont. Ook Xhoris passeert onder onze wielen, een dorpje dat wellicht een belletje doet rinkelen bij wie oud genoeg is om zich de duivenberichten op de radio nog te herinneren: ‘Oostelijke vluchtlijn, Xhores, acht uur, we wachten…’ Aaah, nostalgie.


Bij Hamoir pikken we weer aan bij de loop van de Ourthe, waar de N66 ons door de kronkelige vallei van Néblon dirigeert. Stuurplezier gegarandeerd, maar kijk uit want het wegdek laat het hier en daar wat afweten. We arriveren in Ocquier, een (groot) dorp in typische Condroz-stijl met een stevige historische basis want het dateert uit de Gallo-Romeinse tijd. Van hieruit gaat het verder naar het historische gehucht Vervoz. De route leidt ons doorheen deze prachtige site met majestueuze gebouwen, een schattig kapelletje en vredig grazende schapen. Even verderop komen we aan bij het kasteel van Hoyoux, in de gelijknamige vallei. Omdat onze maag zo stilaan begint te knorren, richten we het voorwiel naar Modave en Pont-de-Bonne, waar we uitgebreid genieten van de verkwikkende keuken die het Hôtel des Touristes te bieden heeft. Een aanradertje! Een uurtje later en met volle maag gaat het verder naar Vyle-et-Tharoul, waarna we langs het charmante Libois naar Ohey rijden. Vanaf hier is het even opletten, de rechte weg die we nu opdraaien bevat behoorlijk wat flitspalen.


Maar hij brengt ons wel via Andenne naar Haltinne, waar een mooi kasteel op ons wacht. Even verderop in Faulx-les-Tombes verdient de prachtige Abdij van Grandpré een stop, al is het domein dezer dagen in privéhanden en dus niet te bezoeken. Voor de laatste kilometers van deze route maken we gebruik van de Samsonvallei, een echte ‘Naamse klassieker’. Het wegdek werd vernieuwd (hoera!), maar wees toch maar voorzichtig want de baan wordt afgezoomd door bomenrijen en die komen soms akelig dichtbij.


De N942 brengt ons naar Gesves, waar het landschap zich weer opent. In Barsy houden we nog even halt bij het Musée Monopoli, dat op zich al de verplaatsing waard is. Weet wel dat je voor een bezoekje moet reserveren. Van hieruit is de aankomst al in zicht. En dat is te merken aan de wegen, die vanaf nu eerder rechtdoor dan bochtig zijn. Vanaf Paihe, richting Petit-Modave, wordt het opnieuw even wat kronkeliger. Hier kruisen we de route van vanochtend, om via Terwagne Seny te bereiken, het eind punt van dit opwarmertje.