De Gordel doet ongetwijfeld een belletje rinkelen: deze ‘sportieve manifestatie voor het hele gezin’ kronkelt sinds 1981 jaarlijks rond Brussel en heeft als doel ‘het Vlaamse karakter van de Brusselse rand’ in herinnering te brengen. De Gordel raakte door de jaren heen steeds politieker getint, maar dit is Motorrijder en niet pakweg ‘t Pallieterke dus wij gooien het voor onze Gordel over een andere boeg: zijn er nog motorroutes die naam waardig in de rand rond Brussel? Wij zochten het uit…

Geschreven door Philippe Bonamis, Jacques Berghmans, Sarah Van de Mosselaer Foto’s Mathieu Pecheur

Startpunt is het kasteel van Gaasbeek. Als je niet al te vroeg vertrekt, kan je hier in de Krijmerie eerst nog terecht voor een koffietje vooraleer je het Pajottenland induikt. In Sint-Pieters-Leeuw dienen zich al de eerste interessante stopplaatsen aan: de bekende gotische St. Pieterskerk is een omwegje waard, maar vooral de Rozentuin in het Colomapark is een lust voor het oog. Iets verderop, in Halle, rijden we langs de bekende Sint-Martinusbasiliek en laten we het mooie Hallerbos links liggen – wandelen doen we wel een andere keer.



We rijden zuidwaarts verder via Kasteelbrakel naar Itter en Bois-Seigneur-Isaac (vergeet niet een vluchtige blik op het kasteel te werpen, dat jammer genoeg privédomein is), waar je langs de weg een automaat met verse koeienmelk vindt (!). Van hieruit duiken we langs de Leeuw van Waterloo druk gewestverkeer in op de N253 – de concentratie SUV’s ligt hier opvallend hoog, net als de concentratie flitspalen trouwens. Rustig cruisen tot in La Hulpe is dus de boodschap. Het prachtige kasteelpark was vroeger toegankelijk met de motor, nu kan je er enkel nog te voet doorheen. We maken voor enkele kilometers gebruik van de E411 om in Jezus-Eik de snelweg weer te verlaten en via interessante kronkelwegen door de Druivenstreek in Korbeek-Dijle vlakbij Leuven te belanden en vervolgens verder te slingeren tot in Bertem. Helaas is hier het mooie leven wel voorbij: druk verkeer en een landschap dat zo goed als alleen maar uit industrieterrein bestaat.



Dit voorgeborchte van de hel strekt zich helemaal uit tot aan de Verbrande Brug en het kanaal van Willebroek, om uiteindelijk uit te monden in de A12 bij Meise. De Plantentuin hier is een welkome verademing!



En reden te meer om deze route op een weekenddag te rijden: in de omgeving van Wemmel is het verkeer op weekdagen een soep – dikke erwtensoep. Met dank aan het circulatieplan waar blijkbaar niet al te hard over werd nagedacht. Iets verderop, voorbij de onvermijdelijke E40, belanden we weer in groenere oorden zoals Wambeek en Schepdaal. Wil je hier het Trammuseum bezoeken, dan moet je van tevoren reserveren. Geen slecht idee trouwens, want de vele tramstellen uit de jaren 50 en 60 zijn de moeite waard. Na een korte omzwerving via Lennik arriveren we weer in Gaasbeek en kunnen we antwoorden op de vraag of er in de Brusselse rand nog motorroutes die naam waardig te vinden zijn: het is niet bepaald het Centraal Massief, maar de Brusselse rand heeft wel degelijk een paar aangename (motor)verrassingen in petto.