Mijn ultieme beursgevoel stamt uit ergens halverwege jaren 90. Als nieuwbakken motorrijder en vooral ook nog student (dus geen cent te makken want een waardeloze combinatie) telde ik, licht aangeschoten uiteraard, op de achterbank van pa’s wagen m’n zegegingen na een dagje Utrecht. Een roze Dainese rugprotector (state of the art destijds en ja, roze ‘kon’), een paar rood/roze/fluogroene Alpinestars Schwantz-replica laarzen en een setje Reusch ‘Reinhold Roth’ racehandschoenen van leer zachter dan een vrouwendij op kerstavond… En ter compensatie van dit alles een zwart-witte KicXstart. Ik was de gelukkigste jongeman op aarde. Ik had voor dat hele spul – wat totaal niet matchte, maar who cares – iets van 200 piek betaald en hoewel ik desondanks afstevende op een faillissement van Fokkerachtige proporties voelde ik me de koning te rijk.

“Gewoon een beetje kijken, niet te veel nadenken en met die merkwaardige mix van ontluikende motorkriebels en brandend maagzuur weer huiswaarts. Dat idee.”

Dat was (en is) de MOTORbeurs in mijn gedachten. Struinen, koopjesjagen, brommers kijken, biertje drinken en weer struinen. Liefst met maten. Verder niet al te ingewikkeld. Zoals dat gaat is de MOTORbeurs door de jaren aardig veranderd – of ‘meebewogen met de markt’, zoals ze dat dan graag zeggen. Er kwamen importeurs bij van ‘de grote merken’, het werd officiëler, nog groter, partijen gingen speciaal inkopen voor de beurs om ons om de oren te slaan met koopjes die eigenlijk helemaal geen koopjes waren. Toch is de MOTORbeurs er altijd in geslaagd dat unieke ‘XXL braderie’-karakter in stand te houden en zelfs te cultiveren. Van een koopjesbeurs waar ook al het nieuws te zien is, waar je een reis kunt boeken, en waar je knagend aan een veel te dure hotdog met de ‘bite’ van een natte zaterdag-Telegraaf staat te kijken hoe een ‘net niet’ stuntman voor de derde keer aan een looping begint. Het is een soort cult, zelfs die veel te dure hotdog. Een beetje kijken, niet te veel nadenken en met die merkwaardige mix van ontluikende motorkriebels en brandend maagzuur weer huiswaarts. Dat idee.

Nu wordt er recent gesproken dat de Beurs op z’n retour zou zijn. Daar hebben bepaalde partijen ‘belang bij’, schijnt. Nu is het zo dat ook de MOTORbeurs zichzelf opnieuw uit zal moeten blijven vinden. Meedenken met bezoekers, standhouders, ideeën opperen, problemen afvangen, vierkante-meterprijzen aanscherpen, dat soort zaken. Er zijn nu een aantal importeurs die eieren voor hun geld kiezen en voor een andere aanpak gaan. Roadshows, dealerevents, dat werk. Als ze daar een goed (of beter) gevoel bij hebben, doen! Tegelijkertijd blijven er ook genoeg over (BMW, Yamaha, Ducati, Harley-Davidson, MV) en is de motorbeurs zoveel meer dan alleen ‘nieuwe motorfietsen’. Stiekem denk ik weer even terug aan die ene editie half jaren 90 – toen de importeurs nog schitterden door afwezigheid in Utrecht en om dezelfde redenen als nu overhooplagen met de RAI – en warm me aan het idee dat ook nu volksstammen, al dan niet licht aangeschoten, op achterbanken en treinstoelen hun aankopen zullen aanschouwen. Vol trots, of spijt … want Utrecht blijft Utrecht. Zie jullie daar! (Hal 11, D030)

Randy van der Wal, hoofdredacteur – randy@kicxstart.nl