Valentino Rossi wordt vandaag 40 jaar. ‘Oud’ of ‘jong’ vult U zelf maar aan. Gezien ik exact een maand na hem op ‘Tram 4’ stap, hou ik het genoegzaam op ‘jong,’ als U me dat toestaat.

Ik zag Valentino Rossi voor het eerst tijdens de warm-up voor de TT van Assen in 1996. Dat was z’n eerste volledige GP-seizoen op een afzichtelijke geelblauwe Aprilia. En de tweede GP die ik ooit bijwoonde. Ik had nog nooit van Rossi gehoord, maar hij kwam als enige op het achterwiel de pits uit, iets wat ik nog nooit iemand had zien doen op een 125cc. Dus nummer 46 opgezocht in het programmaboekje en hem de hele race in de gaten gehouden. En dat heb ik me geen seconde beklaagd. Net als de andere 1.378.800 seconden als je z’n 383 GP’s omzet in seconden. Ik herinner me van de verdere TT niks meer, maar Rossi’s race en stijl van een wildeman, inclusief stranden in de zandbak van de GT-chicane, zal ik nooit vergeten. Ik was op zoek naar iemand die de leegte in m’n bestaan kon vullen nadat m’n eerste grote idool Kevin Schwantz een jaar eerder was opgehouden. En Rossi heeft dat gat gevuld op een manier die ik nooit voor mogelijk had kunnen houden.

Ik vind z’n 1997 seizoen, toen hij 125cc wereldkampioen werd, nog steeds het mooiste. De Rossi-hype was nog niet in volle gang en Rossi reed de sterren van de hemel, waarbij hij zich bij wijlen liet uitzakken om zich daarna opnieuw een weg naar voor te vechten, gewoon omdat hij het leuk vond. Om daarna wat onnozel te doen in de uitloopronde. Schwantz meets Urbanus. Hoe kan je daar niet fan van worden?

En wat kan ik over Rossi vertellen dat niet al lang en in het breed is uitgesmeerd? Dat ik voor het eerst een meisje achterna ging omdat ze Rossi kende, waar andere meisjes me tot dan geen reet interesseerden? Dat mijn huidige vriendin en moeder van m’n twee kinderen met een Honda CBR 600 FS Rossi Replica reed toen ik haar leerde kennen? Dat één van de eerste woordjes van m’n intussen 7-jarige zoon ‘Wossi’ was? Of hoe ik met open mond stond te kijken in Donington in 2005, waar hij in de gietende regen iedereen op 0,8 seconden reed op weg naar de pole? Ik stond toen te kijken in de dubbele rechter van Coppice, waar hij als enige tussen de twee apexen een versnelling opschakelde. Daar en dan bewees hij me dat hij beter was dan al de rest.

Die uitremactie in Barcelona op Lorenzo. Die zag ik in het café op de hoek van Craig-ny-Ba op het eiland Man tijdens de TT aldaar. Zo’n ‘waar-was-jij’-moment. En neen, ik ben nog steeds geen Rossi fundamentalist. Ik vind Márquez ontegensprekelijk een nog groter talent en loop zodoende regelmatig met een MM93 pet op m’n hoofd. Ik heb Stoner op Silverstone evengoed met open mond buitengewone dingen zien doen. En ik had ooit zelfs een Max Biaggi-poster op m’n kamer hangen en vind hem nog steeds de grootste stylist van allemaal.

Maar als Rossi misschien niet de allerbeste racer ooit is, is het wel de grootste racer aller tijden. Zonder discussie. Niemand heeft het ooit zo lang op zo’n hoog niveau uitgehouden. Niemand heeft de motorsport zo populair gemaakt bij 4-jarige ‘Wossi’-fans tot grootmoeders van 67. In dat laatste geval m’n eigen moeder. Ik heb om geen enkele racer zo luid gelachen, die keer dat hij in het toilet dook tijdens de uitloopronde in Jerez. Z’n overstap naar Yamaha vind ik nog steeds één van de moedigste beslissingen uit de hele GP-geschiedenis. Dat hij niet voor de F1-koos bewees in mijn ogen dat z’n liefde voor de MotoGP primeert op z’n ego. Zelfs de keerzijde van de medaille, of de ‘maan’-kant van z’n helm, kan ik me in vinden.

 

Z’n vete met Biaggi en alle subtiele en minder subtiele verwensingen vond ik bij wijlen geweldig entertainment waar ook een naar GP-racers buitengewone intelligentie uit sprak. De banvloek die hij uitsprak over Sete Gibernau. die inderdaad nooit nog een GP zou winnen kan je grootspraak noemen, maar hij heeft wel woord gehouden. Enkel hoe hij z’n tweede vader Jeremy Burgess aan de kant schoof vind ik echt een smet op z’n blazoen. Dat en hoe hij mogelijk een smerig trucje uithaalde om Stoner te verslaan in Laguna Seca. Al is het nooit bewezen dat hij extra vroeg in de rem ging om Stoner ten val te brengen.  

Maar z’n allergrootste verwezenlijking is dat hij altijd alles met een enorme passie en gedrevenheid heeft gedaan, met de glimlach. Hij heeft nog een contract voor twee jaar. Dat zijn nog 38 races. Of zo’n 136.800 seconden. Wat daarna volgt weet hij zelf wellicht geeneens. Maar ik blijf van elke seconde genieten. Gelukkige verjaardag, Valentino Rossi. Of zoals m’n zoon het net uitdrukte – vuist in de lucht –  toen ik hem vertelde dat Valentino Rossi vandaag jarig is:” Rossi juij!’