Mash en Orcal zijn twee Franse merken die hun motoren laten produceren in China. En waar zijn ze in Frankrijk gek van? Endurance-races zoals de Bol d’Or. Op welk vlak schieten Chinese motoren volgens de publieke opinie tekort? Betrouwbaarheid. Hoog tijd, dus, om onze eigen epische endurance-race op poten te zetten: de Boading d’Or, genoemd naar de traditionele Chinese, geneeskundige boading-ballen. 24 uur door de Ardennen razen op 125’s, het relaas.

Geschreven door Pieter Ryckaert, Team MR, Team Wijf      Foto’s Peter Naessens

De voorbereiding

Welke voorbereiding? De motoren bleven volledig standaard. We sloten de gps zelfs niet aan op de batterij, om zo weinig mogelijk te beïnvloeden. We hadden één gps-mount, dus Team MR bevestigde de gps met spanbandjes op het balhoofd. Met tape werd een tankkaart op elk motor bevestigd. Ilke van Team Wijf bracht haar wederhelft Walter mee als monteur. Er stond een jerrycan met benzine klaar en een basic sleutelset.

 

TEAM MR: Jelle, Pieter, Luc en Ruben

TEAM WIJF: Ilke, Nora, Kim en Saar

De race

Team MR – Stint 1: Jelle

Zaterdag 14 juli, klokslag 12u. Ik neem de start. Vanaf de eerste meter wordt duidelijk dat onze Orcal net iets harder trekt dan de Mash. Of dat een voordeel is tegenover de Mash, die harder loopt op topsnelheid, valt nog af te wachten. Voorlopig rijden we broederlijk naast elkaar. Na 15 kilometer geeft de gps van Team Wijf al niet meer thuis, dus sta ik ons batterijpack af. We rijden het eerste rondje verder zonder problemen uit. De Orcal rijdt verrassend goed. De remmen zijn opvallend goed, terwijl het qua trillingen zeer goed meevalt. Echt snel zijn de 125’s niet, maar als je er door de bochten momentum in houdt dan kan je een behoorlijk gemiddelde aanhouden. Bij snelle bochten met hobbels raakt het rijwielgedeelte met kleine wielbasis wat van de wijs, maar dat maakt deel uit van de pret.

Team Wijf – Stint 1: Ilke

Frans-Chinese ‘brommers’ zitten vol verrassingen. De Mash schakelt goed. Zolang je niet te hard door een bocht suist, is het wel leuk sturen. En hij blijft tot 90 km/u behoorlijk stabiel. Helaas kan dat niet gezegd worden van de batterij op onze gps. Gelukkig rijden we nog samen.

Team MR – Stint 1: Pieter

In minder dan een uur hebben ze de 63 kilometer gereden. Ik ben verrast. “Hij start niet meer!” hoor ik Jelle roepen, en met een half aangetrokken laars sta ik al op de kickstarter te hengsten. Motivé? Moi? Terwijl we nog een nieuw batterijpack vast tapen, zie ik Nora van Team Wijf al – nu ja – wegspurten. DUWEN! VUUR! GAS! Het blok schiet wakker. De acceleratie moet je op een kalender meten, zo lijkt het. Ik stuif het dorp uit, kin tussen de tellers, en krijg Nora in het vizier. In de eerste bocht merk ik onbalans op tussen voor- en achtervering, maar bij bocht twee negeer ik dat straal en merk ik dat je behoorlijk hard de hoek om kan. Ik haal Nora wild gebarend in terwijl ze in m’n slipstream kruipt, de smiecht! Ik probeer niet te veel toeren te maken, maar bij de eerste stevige beklimming moet ik een kilometer lang terug naar vierde met 9.500 toeren op de teller. Alleen dan houdt de Orcal momentum, in vijfde zakt de snelheid weg. De gps schakelt bij iedere stevige hellingshoek over op staand beeld en ik moet m’n hoofd na elke bocht dus 90 graden horizontaal draaien om het scherm te kunnen aflezen. Nadat ik bijna los onder een Toyota RAV4 rijd die z’n voorrang neemt, zie ik Gedinne opduiken. Ik gooi een bommetje, ‘doe een jasje uit’, zou José de Cauwer zeggen. Ik sla een gat met Nora, maar de gps schijnt niet te kunnen volgen en ik moet haar dus als gids gebruiken. Samen racen we naar de finish, nauwelijks sneller dan de snelheidslimiet. Daar is de finish. En nondedju, dit was plezant!

Team Wijf – Stint 2: Nora

Het is voor mij het eerste keer met een Chinese brommer, of met een 125cc tout court. Wat een ervaring! In het begint was het een beetje zoeken en testen, maar de Mash is superlicht en gemakkelijk om mee te rijden! Met elke kilometer wordt hij aangenamer. Omdat Pieter het schijnt te menen, verander ik m’n rijstijl om sneller te kunnen gaan. Slipstreamen, hoofd tussen de stuurhelften, armen tegen het lichaam en vooooool gaaaaaaz. Dat zo’n kleine motor zoveel rijplezier kan geven, is de grootste verrassing.

Team MR – Stint 3: Ruben

Na 300 meter mis ik al de eerste afrit. Hier scheiden dus al de wegen van Team MR en Team Wijf. Het gaat niet om rondetijden, maar toch time ik elke ronde. Ik moet als eerste tanken en met m’n rondetijd in het achterhoofd duw ik een andere pompgebruiker aan de kant. Ik brabbel iets in het Frans over ‘course’ en hoop dat dat volstaat. We hebben intussen 160 km zo goed als volgas gereden en ik tank 4,12 liter. Dat is 2,5 liter per 100 km. Dat is niks. Ik sta terug na een minuut of 50. Geweldig.

Team Wijf – Stint 3: Kim

In full racing outfit op de Mash om daarna volgas amper vooruit te geraken. Bij de eerste meute motards die me kruist, kijk ik beschaamd de andere kant op. Ik zie Ruben niet en rijd grandioos mis omdat de zon in de gps zit en ik nog moet wennen aan het wat onstabiele rijgedrag van zo’n kleine motor. Ik moet ook dringend pipi doen en de trillingen werken niet bepaald bevorderend. De remmen maken een giga gillend lawaai. Maar op de kleine weggetjes is het leuk rijden met de Mash! In een haarspeldbocht steil omhoog wankel ik even omdat de motor in tweede niet meer trekt, en dus trappel ik met m’n voetjes wat verder om toch de bocht omhoog door te spartelen. Ik vind even later toch m’n weg terug richting Gedinne. Het wegdek is in slechtere staat dan ik me herinner en zonder de balen hooi en het publiek herken ik het nauwelijks. Ik fantaseer over de toekomstige races hier, in augustus in het zijspan. Iets voorbij Gedinne ga ik tanken. Anderhalf uur gereden en een stukje meer gezien dan voorzien, maar plezant was het wel en naarmate de kilometers vorderen krijg ik toch vertrouwen in het Frans/Chinese machientje, het trientje. En o ja, pijnlijke poep! Na één stint. O jeetje.

Team MR – Stint 4: Jelle

Het internet leert me dat de Astor niet kan starten met uitgeklapte zijstandaard, maar wel de startmotor laat draaien. Startprobleem opgelost dus, en meteen een pak van ons hart. Andiamo, ragazzi! De gps dient nog enkel om blinde bochten in te schatten. Met de vele steentjes op de weg gooi ik de rijstijl een beetje om. In plaats van buitenboord te gaan hangen, opteer ik voor een supermoto-stijl. Ik merk dat ik op veel lange doordraaiers met het gas tegen de stuit kan blijven. Knallen maar!

Team Wijf – Stint 4: Saar

Kim heeft getankt, maar het brandstoflampje flikkert nog een heel eind door. Ik ga meteen voor een dubbele stint van 2 ronden. De Mash rijdt fijn, echt onthaasten, gas tegen de stuit en nog veel tijd over om rond te kijken. Maar na één ronde geeft het harde zadel al poeppijn, na twee ronden zeker. Ik vind de gearing wat vervelend: eerste is belachelijk kort, tweede dan weer te plat om snelheid te maken en ik zoek constant vruchteloos naar de fictieve zesde. De Mash rijdt licht, en stuurt goed ondanks een zeer beweeglijk rijwielgedeelte. De remmen klinken als een trein die een noodstop maakt, maar doen het wel. Auto’s inhalen vergt enige planning. En veel schakelen. Maar ik heb het naar m’n zin.

Team MR – Stint 4: Pieter

Aangevuurd door de Belgen die net Engeland in de pan hakken op het WK voetbal, ga ik ervoor zitten. Ik ben na 50 minuten terug. Dat is 75,6 gemiddeld, terwijl ik in de dorpen 50 km/u aanhoud. Zeg wat je wil, maar de Orcal kan een stevig tempo hebben.

Team MR – Stint 5: Ruben

Ik wil onder de 50 minuten duiken. Een gesloten spooroverweg gooit roet in het eten, en wanneer ik sportief over een verkeersdrempel jakker komt het remhendel los. Shit! Ik moet het doen met enkel de achterrem. Bij aankomst moet Walter enkel even de schroeven aandraaien en klaar. Ik bekijk nu pas m’n tijd en zie 49 minuten staan. Een voldane glimlach kan ik niet verbergen.

Team Wijf – Stint 5: Ilke

Met een werkende gps werk ik m’n stint af zonder problemen. Opnieuw ben ik verbaasd door het rijgedrag van de Mash. Ik suis door de Ardennen en kan een glimlach niet onderdrukken.

Team MR – Stint 6: Luc

Ik ben later komen opdagen en stap meteen op de Orcal, een leuk ding. De remmen zijn goed, los van het piepen. Op de heuvels moet je actief schakelen, omdat de vierde en vijfde versnelling te dicht op elkaar liggen, maar je gaat heel vlot met het verkeer mee. Het frame heeft het lastig met echt sportief sturen, zeker bij het overgooien moet je wat voorzichtig zijn, maar de Orcal is verrassend goed. Ik rijd als enige van de hele 24u een voetsteun aan de grond. Ergens halverwege m’n tweede ronde haal ik Team Wijf in, maar ik raak de weg kwijt en kom alsnog na hen aan.

Team MR – Stint 7: Ruben

Ik rijd iets rustiger dan mijn tweede stint. Aankomen en kilometers maken is het devies. Bij aankomst kijk ik op mijn horloge en ben stomverbaasd dat m’n chrono 44 minuten aangeeft. Asjemenou? (nvdr: dat is 87 gemiddeld, wat niemand van Team MR kan geloven…)

Team MR – Stint 8: Pieter

Ik heb de indruk dat het vermogen wat terugloopt, maar intussen ken ik de baan en neem vol de racelijn op Gedinne – waarbij ik buitenom een cruiser inhaal. Dat voelt aan als een overwinning. In m’n tweede ronde, we draaien nu dubbele stints, haal ik nog de scalp van twee cruisers en een BMW GS binnen, wanneer ze even aarzelen bij het inhalen van een auto. Wie twijfelt, verliest. Zeker met nauwelijks 10 pk. Intussen gaat de zon onder. Man, ik amuseer me rot.

Team MR – Stint 9: Jelle

De zon gaat sneller onder dan verwacht, te snel voor m’n getinte vizier. De gewone verlichting projecteert een balk van twee op één meter vlak voor mijn neus, waar ik geen reet mee ben, maar de grootlichten zijn zo mogelijk nog minder bruikbaar. Een soort mislukt Batman-teken op een meter of 20, daar mag je ‘t mee doen. Verdoeme. Gelukkig zit ‘t parcours eigenlijk goed in mijn hoofd, waardoor ik de achtergrondverlichting van de gps kan dimmen tot ‘t absolute minimum, minder afleiding. De gedachte aan een paar uurtjes slaap motiveert me om nog eens stevig aan ‘t gas te leuren, al doen de oplichtende oogjes in de dichtbeboste stukken dat mogelijks nog meer. Hier stilvallen is straks pamper verversen.

Team MR – Stint 10: Pieter

Het is pikdonker. Bij het uitkomen van de eerste haarspeld zie ik een vos wegduiken in de berm. Een zwarte kat mist iets verderop m’n voorwiel op een haar na. Plots zie ik uit een zijweg midden in de bossen een jeep opdoemen met vier van die verstralers op z’n dak, die achter me aankomt. Het is het slaapgebrek, maar ik zie beelden uit de films ‘Duel’ en ‘Deliverance’ voor me. Bij de volgende afslag rijdt hij gelukkig de andere kant op. Schreeuwen als een zwijn laat ik aan de evers vannacht. Ik probeer intussen m’n weg te vinden en experimenteer met kijktechniek, maar niks werkt. Ik voel voor het eerst m’n nek en schouders opspelen en ben blij dat ik na een extra ronde zonder noemenswaardige incidenten in m’n bed kan kruipen. Helaas denkt een lokale ‘Reggie’ daar anders over en hij stuurt de hele nacht vette beats de Ardeense nacht in. Het is intussen 2 uur des nachts. Ik lig een uur in m’n bed, maar slaap nauwelijks voor fotograaf Peter aankomt – rechtstreeks van het trouwfeest van z’n schoonmoeder – en ik mee de fotoshoot ga coördineren. Ik sta rillend van de kou en slaapdronken wat onzin te mompelen.

Team Wijf – Stint 6: Saar

In de schemering is het best fijn rijden. De injectie van de Mash lijkt af en toe even te haperen, maar dat lost zichzelf later op. Op Gedinne kom ik in relatieve duisternis terecht en als nachtblinde voel ik nattigheid. De koplamp geeft eigenlijk weinig meer dan het standlicht en het grootlicht wil niet aanblijven en helpt sowieso nauwelijks. Een eerste ontmoeting met een everzwijnfamilie doet me beseffen dat dit zelfs helemaal geen goed idee is. Ik maak mijn ronde nog uit in het stikdonker, sommige stukken aan niet meer dan 10 km/u, en ik stap af. Zelfs als niet-nachtblinde lijkt dit me levensgevaarlijk dus ik parkeer de motor en leg de boel voor Team Wijf tijdelijk stil. Hier wil ik niemand in sturen, en al helemaal niet een dame alleen op een motor, midden in de nacht in een bos. Ik verlies liever (sorry, team) dan dat ik midden de nacht telefoon moet krijgen van een teamy die op een everzwijn geknald is en ergens moederziel alleen op een bosweg ligt te zieltogen. We wachten op Pieter zodat Ilke de volgende stint eventueel samen met Team MR kan starten.

Team MR – Stint 10: Luc

Het is bijtend koud. Ik heb enkel een doorwaaijasje meegebracht. En ik zie meer wild langs de kant van de weg dan ik al in m’n hele leven heb gezien. Bij de zaak blijven is de boodschap.

Team Wijf – Stint 7: Ilke

Na een uur stilstand rij ik samen met Luc. M’n handen bevriezen, maar ik voel het nauwelijks. Elke kilometer zien we wel ergens een stuk wild wegschieten. We rijden gelukkig niet hard, maar veilig is dit niet.

Team MR – Stint 11: Ruben

Na vele uren slapeloos wachten neem ik terug het stuur over, het is pikdonker en er wordt gesuggereerd om met twee te rijden. Ik rijd voorop, Ilke rijdt nog een ronde mee in het wiel. Ik hou het tempo er stevig in, we zijn hier immers niet om te slabakken! De stint waar ik nogal sceptisch tegenover stond wordt een ongelooflijk plezier! De dauw komt op, de geur van de natuur en omgekapte bomen drukt de muffe geur van m’n helm weg. Plots staat er een everzwijn midden op de weg. Ilke en ik suizen er aan dik 70 km/u voorbij, elk langs een kant. Pas dan zie ik dat er nog zo’n 20 van die beesten langs elke kant van de weg staan. Geluk gehad. Opletten nu.

Team MR – Stint 13: Jelle

Dat vier uur in de ochtend ontiegelijk vroeg is. Luc is sneller terug dan ik had verwacht, dus ik heb geen tijd meer voor koffie. Gelukkig is ook Nora de Argentijnse amazone uit haar bed getoeterd, dus heb ik alvast aangenaam gezelschap tijdens mijn koudste stint. Ik heb nu een helder vizier, maar zonder Pinlock. Ik ben het startdorp nog niet uit en de binnenkant van mijn vizier dampt helemaal aan. Godmillekatte. In de verte wordt het nachtzwart gelukkig stilaan opgeslorpt door een rozige barbapapa, dus zit het met de sfeer wel snor. Nora en ik rijten flarden mist uiteen op het circuit van Gedinne, warmen onze onderkoelde vingertjes aan de eerste zonnestralen en zien dat het goed is. Ardennen op z’n mooist, bij het krieken van de dag. Mocht opstaan niet zo verdomd lastig zijn, ik deed ‘t dagelijks. Uiteindelijk bol ik nog een extra rondje, waarbij ik Kim lang voor me zie rijden, maar op een stuk met lossere ondergrond mijn kans zie om haar in te halen. Alhoewel, inhalen… Een bejaarde met rolstoel die zijn al even grijze buurman met rollator voorbij dendert, dat is ‘t snelheidsverschil met de quasi identieke blokjes zowat. Maar ‘t is wel de garantie op een dikke grijns en een pak voldoening waar ik de ochtend wel mee doorkom. Soms is meisjes kloppen ook gewoon leuk.

Team Wijf – Stint 8: Nora

Ik verwachtte Ilke om 4u30, maar ze is sneller dan ik gedacht had! Om 4u wakker geworden, gezicht gewassen en hop!!! Het was weer tijd om te gaan knallen. Ik leer dicht bij een andere motor te rijden om mee te profiteren van de koplamp van de Orcal. Ik ben ook het vizier van m’n helm vergeten poetsen. Maar daar is de zon. De tweede helft van de stint is leuker: tegen elkaar vechten, een paar keer inhalen en ingehaald worden… een echt bataille! Tijdens de fotoshoot wisselen we heel even van motor. Na uren op de Mash voelt het zadel van de Orcal wel aangenamer, maar dan heb je het wel gehad qua voordelen. De Mash heeft een hogere top, is stabieler in de bochten en stuurt ook beter… En ook al zijn ze identiek en piepen ze harder, ook de remmen bijten harder op de Mash. Wellicht heeft Team MR ze al wat te hard aangesproken, de mietjes.

Team Wijf – Stint 9: Kim

Ik sta mee op met Nora om 4u, zij start omdat het nog pikdonker is en ik nachtblind ben. Zo heb ik tijd om rustig te douchen en wat koffie naar binnen te gooien. Nora en Jelle zijn in Gedinne, zie ik op het whatsapp traceerding. Ik weet niet dat ze er een halfuur foto’s gaan maken. Terwijl ik in m’n pak met m’n duimen zit te draaien, blijkt wee uur slaap toch niet voldoende. Ik krijg bericht van Nora: ze gaan ‘proberen’ nog een rondje te rijden. Ik vind dit nogal vervelend, want ‘proberen’ betekent stand-by blijven om misschien nog een extra uur te moeten wachten. Ik bedenk dat ik nog 3 uur langer had kunnen rusten en kruip met pak, inclusief laarzen, onder de wol. Ik lig nauwelijks neer als ik de twee machientjes hoor aan komen scheuren. Ik spurt naar de poort, maar ze blijken toch verder weg dan gedacht. Ik ben blij als Nora teken doet om toch te wisselen en spring enthousiast op de Mash (die later mijn poep zal mashen, overigens) en beleef de tijd van m’n leven. De route vloeit automatisch voorbij en ik geniet van het eerste zonnetje. Als even later Jelle me weer inhaalt wil ik alles geven, maar de Mash denkt daar anders over. Ik ga in het rood en het ding verliest al z’n power. Het kost de Mash tijd om terug op kracht te komen en ik zie Jelle steeds kleiner worden.

Team MR – Stint 13: Ruben

Ochtendstond heeft goud in de mond. Een korte pitstop om de ketting aan te spannen was noodzakelijk. Enkele trage zondagsrijders gooien wat roet in het eten en ik merk dat de topsnelheid beduidend lager ligt dan de eerste stints die ik reed. Waar ik gisteren gemakkelijk 110 haalde, is het nu met moeite 100! Plat op de tank is een must! Aankomen en 45 minuten aflezen, een geslaagde ronde dus.

Team MR – Stint 14: Luc

Niks te melden. Het is gelukkig al ietsje warmer. De Orcal doet het voortreffelijk, de frisse lucht doet het luchtgekoelde blokje deugd.

Team MR – Stint 15: Pieter

Ik heb gedoucht, ontbeten en m’n kleren ververst. De laatste stint. Gas erop. In de aanloop naar de eerste bochten haal ik m’n vierde cruiser in. Hij pikt even aan, maar geeft op als ik in één vlotte beweging ook een Golf inhaal. Ik probeer in een bocht m’n knie aan de grond te krijgen, maar dat lukt niet. Ik ken de baan intussen uit m’n hoofd, maar die ene dichtknijpende haarspeld schat ik toch voor de vijfde keer verkeerd in. In de afdaling richting de Semois probeer ik nog een laatste keer m’n topsnelheid te verbeteren, maar meer dan 115 km/u lukt echt niet. Een laatste keer vol in de remmen, die het nog steeds goed doen, niet in de Semois knallen en dan huiswaarts. Ik voel toch vooral opluchting. En verbazing. De Orcal heeft het zonder noemenswaardig problemen uitstekend volgehouden. Nog een uurtje.

 Team Wijf – Stint 10 en 11: Kim en Nora

We laten Sarah rusten en Nora en ik ontfermen ons over de volgende stints in het ochtendgloren. Ik geniet van m’n laatste ronde! Ik mag rijden tot ongeveer 11u en het is 10 voor 10. We spreken af dat ik wat extra rondjes op ‘t circuit van Gedinne mag rijden en daar smijt ik me ten volle – ik droom al weg van een classic racecarrière. Tussen al dit dagdromen schiet een dikke sportmotor voorbij. Ik probeer aan te pikken en smijt me volledig, met volle vertrouwen in dat motortje onder mijn zere poep. De bochtjes zijn heerlijk en de wegjes zijn ideaal voor dit type motortje. Maar m’n goede gehoor pikt een rammelend geluid op. Wanneer ik de motor in de handen van Sarah duw, blijkt de nummerplaat los te hangen. Die wordt door monteur Walter snel vastgemaakt met spanbandjes. Als Sarah wegrijdt, zien we nog iets bengelen: een van de veertjes die de uitlaat op z’n plaats moet houden, blijkt afgebroken. Maar als dat de enige echte problemen zijn na 23 uur rijden: chapeau, Mash!

Team MR – Stint 16: Jelle

Ik mag de laatste stint doen. Ik heb nog een uur dus draai ik een rondje of twee extra op Gedinne en zet dan koers richting basiskamp. Ik kom twee minuten na 12 aan. Dat we meer kilometers hebben gereden dan Team Wijf is een overwinning. Maar de echte overwinnaars zijn de Frans-Chinese 125’s. Wat ons betreft is hun deugdelijkheid meer dan bewezen…

Team Wijf – Stint 12: Saar

Het laatste rondje. Ik zie gelukkig weer waar ik rijd. Om het uur vol te maken draai ik twee rondjes Gedinne en moet ik nog een klein stukje extra rijden bij het keerpunt om de 24u vol te maken. Ik kom vlak na Jelle aan. We hebben verloren met 200 km, wat op zich nog wel oké is gezien het feit dat we ‘s nachts een uur stilgelegen hebben en we twee nachtblinden in het team hebben. Maar de echte winnaars zijn de Orcal en de Mash, die deze leuke helletocht zo goed als ongeschonden hebben doorstaan.